Maandag 6 juli
Gisteren waren we erin geslaagd om op een quasi lege camperplaats toch vlak naast een andere camper te gaan staan. Om 2u worden we wakker van het lawaai daar, binnen- en buitenlopen, een televisie… meh. Het is ook ferm koud. ’s Ochtends zegt de telefoon: 10 graden, voelt aan als 9u. Seg jong. Het is wel zomer hè. Mijn enthousiasme om te gaan fietsen is niet erg groot. Maar anderzijds wÃl ik wel fietsen. Moeilijk mens. De wind is wel minder sterk en de zon schijnt. Ik voel me niet al te schitterend, mijn hartslag is ook veel te hoog. Na een tijdje begint het me te dagen dat het iets met medicatie te maken heeft die ik aan het afbouwen ben. Ik neem dus een pil, en we vertrekken rond 8u. En de temperatuur valt best wel mee. We moeten even zoeken om weg te geraken, maar dat duurt niet lang. Al meteen na een kilometer of 3 stoppen we aan de kerk van Riantec, waar we getrakteerd worden op een mooi uitzicht.
Woont hier zeg, denken wij dan.
Een eindje verder krijgen we een veldwegeltje voorgeschoteld, wat niet echt plezant is met onze koersfietsen.
Ik voel me nog steeds niet lekker, en het gaat ook niet goed. Na een tijd stap ik af en ga ik te voet, na een tijdje doet Meneertje Mertens met me mee want het gaat serieus bergop, en dat lukt niet met een koersfiets. Ik voel me zo slecht dat Meneertje Mertens mijn fiets een tijdje overneemt, zodat ik zonder ballast naar boven kan. Onderweg verlies ik nog eens mijn zonnebril ook. Pfhah. Maar goed. Na het veldwegje volgt nog een stuk gravel, en daarna zitten we weer op deftige wegen. Na een tijdje voel ik dat de medicatie begint te werken, en kalmeert mijn hartslag weer netjes. Oef.
Net als Meneertje Mertens vraagt of wij niet langs water gingen rijden, rijden we het schiereiland van Gâvres op, en rijden we al snel met zicht op water, vaak langs beide kanten. Het is mooi, het is ook wel lastig want tegenwind. Maar het gaat vrij vlot.
Meneertje Mertens heeft gekend volk mee op zijn rug.
Het vissersdorp Gâvres is zalig mooi.
We houden halt in het haventje zelf. Je kan er zo het water inrijden.
Het weer is nu wel goed, en het is er heerlijk toeven. Ik ben normaal niet zo’n fan van zo’n pier zonder reling, maar nu durf ik toch wel eens tot het eind te gaan. Wat is het hier mooi.
Aan de overkant van het water zie je het havenstadje Port Louis op het vasteland.
Nadat Meneertje Mertens de stenen en grasklodden van tussen zijn schoenplaatjes gepeuterd heeft, vertrekken we weer. We rijden het dorp nog eens door en genieten van de smalle straatjes. Het is hier erg rustig. We stoppen nog eens aan een mooi zicht op het water.
We rijden terug via dezelfde weg, nu met wind in de rug en sjezen er lustig op los. We stoppen nog even op een parking, maar daar is niet veel te zien van de zee.
We rijden een stukje om, zodat we het stuk gravel en veldweg kunnen vermijden, moeten in Riantec een beetje zoeken naar de juiste weg, maar zo zien we nog eens iets moois.
Uiteindelijk vinden we de camperplaats terug, ze ligt links achter dit cultureel centrum (waar het nu ook muisstil is).
We klokken af op 35km. Net goed voor mij om niet té pompaf te zijn. Op de camperplaats zijn onze buren vertrokken, en we zetten ons nog op hun plekje. Een snoepje heb ik wel verdiend na zo’n fietsritje, vind ik.
Veel luieren, middageten maken, nog veel luieren, fruit klaarmaken, Meneertje Mertens gaat nog een eindje fietsen en rijdt zo ook eens rond in Port Louis, de plannen voor morgen eens bekijken en vooral genieten van de rust en stilte die hier heerst. In de loop van de avond arriveren er nog campers en uiteindelijk staan we hier met een tiental. Nog steeds niet druk en erg rustig.
Dinsdag 7 juli
De wekker loopt af om 4u30, en Meneertje Mertens springt gezwind uit bed. Ik doe niet (of zelden) aan smileys op mijn blog, denk er hier zo maar eentje bij met grote ogen. Bij mij gaat het iets minder vlot. Maar op zich gaat het niet slecht, we maken ons als vanouds klaar en ruimen op, en om 5u50 zijn we weg. Flink. Redelijke rit voor de boeg, met wat geplande uitstapjes. We genieten eerst van de zonsopgang. Geniet vooral mee. De foto’s zijn niet schitterend, maar je krijgt een idee. De eerste door een bedampte voorruit.
Daarna gaat het beter, maar onze ramen zijn niet al te netjes.
Beetje nevel erbij…
En daarna wordt het vooral lastig rijden tot de zon hoger zit. We rijden namelijk vooral naar het oosten en noordoosten…
Heerlijke ochtendlandschappen.
We rijden weer door lege stukken Frankrijk. In geen kilometers een huis te bekennen. Wel bewerkte velden. Maar de boeren slapen nog, denk ik. Net als de camperaars, trouwens. Op één dag na (toen we wegreden van ÃŽle de Noirmoutier), zien we zelden campers voor 9u30 ‘s ochtends. Dan komen ze ineens van alle kanten. Maar daarvoor liggen ze gewoon allemaal nog te stinken in hun nest. Tssss.
In Noyal-Pontivy stoppen we om te tanken, en ontbijten we. In Médréac stoppen we bij een apotheker voor een middel tegen allergie, bij een zeer vriendelijke apotheekster die zich uitslooft om een paar woorden Engels te spreken als ik haar uitleg over de douche niet begrijp, wat een verschil met de pedante *$%^ van vorige keer. Daarna volgt onze eerste tussenstop, in Hédé-Bazouges, aan het Canal d’Ille et Rance. Ik verwacht er niet veel van, maar wat is dit een schot in de roos. Een kanaal dat doet denken aan een paar kanalen die we eerder zagen (Canal du Midi tussen Trèbes en Carcassonne, en ook het kanaal waar we wandelden in Antoing deze winter). Het is er rustig, het is er mooi, het is er vrij vlak, er valt volgens ons heerlijk te fietsen daar. Ook dit gaan we onthouden voor later.
Er liggen allerlei vreemde vaartuigen aangemeerd, die verhuurd worden.
Hier willen we nog eens komen!
We rijden door naar Combourg, waar we in de Lidl boodschappen doen. Wat later onderweg passeren we een camionette van Umut Kebab. Meneertje Mertens maakt véél flauwe moppen waarbij ik met mijn ogen rol, maar nu is hij gevat: Umut Kebab? Ga nekeer naar Gent om te vragen u da mut! Dan gaat het verder naar Cancale, en zo naar la Pointe du Grouin. Wat is het hier mooi! We kijken onze ogen uit. De kleur van de zee is prachtig. Ook de Côte Emeraude heeft haar naam niet gestolen. Op de parking aan het punt kunnen we niet staan, achteraf gezien vinden we dat niet erg. We rijden een stukje verder, zien daar een nest campers langs de weg geparkeerd, en zetten ons erbij.
Eerst eten we gelijk de Fransen du pain et du boursin, maar dan zonder vin. Met het meest fantastische uitzicht bij de lunch dat je je kan voorstellen.
Janna is jaloers en stuurt me een foto van haar uitzicht bij de lunch.
Daarna maken we een wandeling naar la Pointe du Grouin. Dat gaat niet zonder slag of stoot, op een smal wegeltje naar het wandelpad stap ik op een steen en verlies ik mijn evenwicht, en tuimel in de struiken. Nogal doornige struiken. Meneertje Mertens is zo verwoed aan het stappen dat hij geeneens gemerkt heeft dat ik niet meer volg. Na een brul om help kijkt hij verbouwereerd om en helpt me recht. Ik kom er vanaf met wat schrammen en een deuk in mijn ego. Het is al de tweede keer dat ik val deze vakantie. In de Gorges de l’Ardeche wilde ik een vlinder fotograferen maar kukelde ik voorover in mijn enthousiasme. Daar hield ik een geschaafde knie aan over, dat bleef toch wel een hele tijd te zien. Hopelijk blijft het daar nu bij. We stappen verder naar de Pointe, en genieten van de mooie uitzichten onderweg.
Spectaculair, toch?
Onderweg komen we deze cuties tegen.
Op de Pointe du Grouin is het wat drukker, maar eigenlijk valt het nog best mee. We lopen er eens tot de punt maar helemaal niet tot het einde, want daar is ons echt wel teveel volk.
Ik had hem mijn telefoon gegeven…
Daar in het water, rechts van het verste eilandje, staat een kleine vuurtoren.
Eenvoud is ook mooi.
We keren terug naar de camper, dáár staat ie.
A camper with a view.
We rijden verder de kustweg af richting Saint-Malo. Na le Havre de Rothéneuf (waar we 2 jaar geleden waren, en wat ik een betoverend mooie plek vond) keren we terug en rijden we naar de camperplaats van Le Vivier-sur-Mer. Het landschap verandert volledig, maar het blijft mooi. De camperplaats twijfelt tussen veredelde parking en iets beter, met plekken in het gras en in de schaduw van bomen. We zoeken een plekje in de schaduw, maar eigenlijk is het best wel fris. Het weer is véél beter, maar er waait een killige wind. Maar het is perfect om vanalles te kunnen doen zonder dood te vallen van de hitte. We installeren ons, en trekken eens naar de zee.
Op de camperplaats staat een gigantische Amerikaanse camper, het blijken Belgen te zijn.
Ook hier vinden we het prachtig, de zee is ver en de vlakte is weids. In de verte zien we een schim van de Mont-Saint-Michel, die op een twintigtal kilometer van hier ligt.
Stinkiewinkie.
Op deze foto zie je dus de Mont-Saint-Michel. Van héél ver.
Schitterend toch. Leeg. Verre einders. Wat een mens nodig heeft.
We keren terug naar de camper, ik zoek de uren van de getijden eens op, vanavond om 21u40 keren we eens terug voor het hoogwater. Ik selecteer en bewerk foto’s, en maak daarna ons avondeten. Daarna is het tijd voor verslag en blogbericht, en een beetje rusten, want we zullen toch vrij laat gaan slapen, en morgen willen we vroeg weer door. De foto’s van het hoogtij volgen in het volgend blogbericht. Het wordt vanavond te laat om die hier nog bij te zetten.


Laat een reactie achter bij SamajaReactie annuleren