Vanaf nu schrijf ik op zondag voor onbepaalde tijd een blogbericht over iets wat me bezighoudt.
Als je de WP app gebruikt, ken je ze wel, die daily prompts. Af en toe hou ik er eentje bij in mijn concepten omdat ik er wel eens op wil antwoorden.
Share a story about the furthest you’ve ever traveled from home.
Ik heb niet vaak ver gereisd, maar die ene verre reis staat me nog klaar voor de ogen.
Mijn toenmalige echtgenoot moest voor een beurs naar Chicago, en ik kon goedkoop of met frequent traveler points of zo ook naar ginder. Het was 1999, als ik het me goed herinner.
Ik liet mijn bloedjes van kinderen achter bij mijn ma en Herman, en vertrok voor een lange vlucht heen. Met tussenlanding in Denemarken. Helemaal in mijn uppie. Was ik zenuwachtig? Oh jawel. Maar ik had me voorgenomen: als het niet goed gaat, dan vraag ik hulp. Dat gold vooral voor de overstap, waarin ik me echt wel zenuwachtig maakte. Zou ik het wel vinden? Want ik had weinig tijd.
De vlucht naar Denemarken was in een vrij klein vliegtuig. Geen Boeing of zo. Beetje creepy vond ik het, maar wel spannend. Dalen naar de luchthaven van Kopenhagen geeft je zicht op het grote niets, in het begin.
Ik herinner me een spurt door de luchthaven van Kopenhagen, efkes de weg kwijt en gewoon meteen vragen aan iemand welke kant ik op moest, en hoera, ik heb het op tijd gevonden. En dan de oceaan over met een grote Boeing. Die niet helemaal vol zat. Ik zat op een plek aan de deur, de nooduitgang, en had lekker veel plaats voor mijn benen. Niemand naast mij, hoera. Wat volgde was een zeer rustige en aangename vlucht.
Hele stukken van die dagen in Chicago zijn uit mijn geheugen verdwenen. Ik herinner me een gigantische hotelkamer, het leek een grote studio. Er was ook een keukentje. En je kon er ook eten bestellen. Vreemd, een hamburger in Amerika, helemaal anders dan bij ons. Ik herinner me maaltijden met een hele bende samen op onze kamer, collega’s van mijn ex, en een vriendin van me.
Ik had enorm last van jetlag, die maar verdween tegen dat ik moest vertrekken (het was een kort reisje, een dag of 4 denk ik).
Ik heb altijd sterke banden gehad met mensen online, via de “muziekgemeenschap”. Die van toen hè, met Usenet en mailing lists en na een tijdje ook fora. En zo ontmoette ik in Chicago een aantal mensen waar ik al langer mee babbelde online. Carla, mijn zotte Smashing Pumpkins vriendin, die me door Chicago reed, en wiens twee kleintjes ik ook ontmoette. Ons contact verwaterde, we zijn elkaar nu uit het oog verloren.

Ik herinner me nog dat Carla en ik een rariteit waren binnen die online Pumpkins gemeenschap, als moeders van jonge kinderen.
En dan was er Valerie, mijn Finn-maatje, die 600 kilometer met de wagen reed van Columbus in Ohio naar Chicago, zodat we elkaar eens IRL konden ontmoeten. And we had a blast. Mooie herinneringen aan, we dweilden de stad af, waarvan ik me vooral het imposante treinstation herinner. Oh en van de autoritten met Carla: de bovengrondse metro, de L-train (elevated train). Imposant. En koud dat het was. The windy city maakte haar naam helemaal waar.
Met Valerie heb ik trouwens nog steeds contact. Dankzij Facebook. Ze zocht me op, we reconnected, en zo babbelen we regelmatig nog eens, en zien we van elkaar wat we uitvreten, en dat is tof. Nu praten we vooral over “the grands” (de kleinkinderen), haha.

(slechte foto’s, hè, amai!)
Na een paar dagen vloog ik dus weer naar huis, opnieuw in m’n uppie, rechtstreeks met een grote Boeing. Het vliegtuig was niet volzet, en ik herinner me heel goed dat ik tot mijn vrolijkheid drie stoelen naast elkaar voor mezelf had. En als toen moeder van twee kleine kinderen, waren die uren helemaal voor mezelf echt heerlijk, dat herinner ik me ook nog. Maar ik was ook blij dat ik ze terugzag, ha!
Wat was jouw verste reis?
[/et_pb_text][/et_pb_column] [/et_pb_row] [/et_pb_section]

Laat een reactie achter bij KakelReactie annuleren