Dinsdag 16 juni
Om 4u30 loopt de wekker af, 10 minuten later kruip ik uit mijn nest en maak me klaar. Mijn blogverslag staat zo goed als klaar, ik wil er enkel nog de laatste uren van gisteren aan toevoegen en het klaarzetten voor publicatie. Leslie komt eens piepen, komt versgebakken koeken brengen, en daarna koffie. Man wat worden wij verwend! Zalig. Ik loop ondertussen ook een paar keer naar de achterkant van de tuin om foto’s te maken van de Koppenberg in het ochtendlicht.
Plan was om 5u30 vertrekken: om 5u40 zijn we weg. Goed gedaan. Uitgezwaaid door Leslie en ook Dirk, die uit zijn bed geraakt is, de brave mens.
We genieten nog na van de warme ontvangst in Oudenaarde. Via de N60 rijden we naar de grens, en ik zie opnieuw waarom ik dit zo’n leuke manier vind om Frankrijk binnen te rijden: zo mooi. We tanken nog net voor de grens, en via de basiliek van Péruwelz verlaten we België.
(nog even dit: vanaf nu volgen er ook regelmatig foto’s vanuit de wagen, die zijn van mindere kwaliteit en vaak zie je er reflecties van het dashboard in. Verder bewerk ik alle foto’s niet tot minimaal: soms zet ik een horizon recht – ik haat scheve horizonnen – en dan morrel ik soms ook wat met helderheid en kleuren, maar meer is het niet, ik wil daar tijdens onze reis zelf niet teveel tijd in steken).
We stoppen even in Condé sur l’Escaut. Wat later verlaten we de bekende wegen, denken we. Maar dan zie ik opeens toch een bekende naam: Catillon sur Sambre. Een paar jaar geleden brachten we eens de nacht door op een camperplaats daar. We rijden er opnieuw naartoe, want we waren op zoek naar een plek om nog een tas koffie te drinken. We rijden verder langs mooie en minder mooie wegen, door bossen en velden. Ik zie zelfs een paar vlasvelden. (niet op de foto)
Soms worden de wegen wel erg smal…
Aan Le Lac de l’Ailette stoppen we even om de beentjes te strekken. Het is daar ferm mooi aan het water.
We genieten van het Franse landschap, de velden die veel groener zijn dan we gewoon zijn, van de afwisseling van bossen en velden, we rijden hier en daar al een bergje op en af. In Noyen sur Seine is ons geluk op (komt het door die gelukzak?). We draaien een grote weg op, Meneertje Mertens zegt: wat ligt die baan hier slecht, het voelt vreemd, en dan oppert hij: hebben we een platte band? Terwijl hij het zegt, voel ik inderdaad dat de camper scheef zakt. Fak. We zitten op een drukke baan met veel vrachtwagens, en er wordt serieus doorgepeerd. We kunnen hier echt niet gaan stoppen, er zijn enkel 2 baanvakken, dus rijden nog door tot we een zijstraatje kunnen indraaien en daar meteen stoppen. Goed. Zucht. Godverdomme. Waarom moet dit nu weer? Soit, moed samenrapen. Meneertje Mertens belt naar het noodnummer van Fiat dat op de zonneklep hangt. Terwijl hij daarmee bezig is, valt mijn frank en haal ik de boordpapieren uit, daarbij zit info over de verzekering van DD Mobilhomes. Bellen naar VAB. Zij gaan op zoek naar oplossingen. Uiteindelijk worden we getakeld naar een garage 35km verder.
We hebben een beetje last van déjà vu verschijnselen, flashbacks naar 2016. Er is geen band in voorraad, die zal morgen geleverd worden. We gaan de nacht doorbrengen voor de garage, in een industriegebied in Montereau-Fault-Yonne. OK dan… we overleven ook dit wel weer, er zijn erger dingen. Gelukkig hadden we nog geloosd in Sint-Eloois-Vijve, en bij Leslie en Dirk onze watertank en bidon aangevuld, we mogen onze elektriciteitskabel inpluggen in de garage. Eten hebben we ook genoeg. We lichten wat mensen in, eten een vreemd allegaartje als avondmaal, en gaan nog een wandelingetje maken in de omgeving. We zitten vlakbij de Seine en worden omringd door water, daar wil ik wel eens naar gaan kijken. We komen een beetje van een kale reis thuis, het is hier zeer armoedig, onderkomen en aftands. We voelen ons niet helemaal op ons gemak, dus houden we het maar bij een avondje camper. Niks ergs. Vroeg gaan slapen, hopelijk morgen vlot geholpen en weer verder. We vertrouwen het zaakje niet helemaal, maar we zien wel. Alles komt goed.
Dinsdag 17 juni
We slapen lang, wat moeten we anders. We maken nog eens een wandelingetje in de buurt, maar ver gaan we niet, we vertrouwen het allemaal niet te hard. Dit ziet er nog enigszins idyllisch uit, maar het is het niet.
Deze foto geeft de sfeer iets beter weer.
Hier staan we geparkeerd.
Wat kunnen we doen? Wachten. Een tukje doen. Verslag en blogbericht maken. Eten. Een tukje doen. Lezen. Ons afvragen wanneer de band gaat komen. Maar we zijn flink, zagen niet teveel, proberen positief te blijven, kloppen elkaar de kop niet in (zoals we al eerder merkten, dit soort dingen is de ultieme relatietest, en we doorstaan die met glans) en maken er het beste van. Ik had in Sint-Eloois-Vijve nog een extra portie soep gemaakt en nu zijn we daar blij mee, we hebben ruimschoots voldoende eten.
‘s Middags gaat de garage dicht van 12 tot 14u, en we nemen ons voor om 14u eens te gaan informeren hoe het met die band zit. Maar, dat hoeft gelukkig niet meer, om 14u komt er iemand aangelopen, tok tok op onze deur, le nouveau pneu est arrivé.
En men toogt aan het werk. Eerst wordt de camper opgekrikt, dan wordt het wiel afgehaald, in de garage wordt de band vervangen, en het wiel wordt teruggeplaatst. Dit gebeurt niet in de garage zelf, omdat Meneertje Mertens géén goesting heeft om op die compleet platte band, dus in casu op de velg te rijden, en ze luisteren braaf. Ze doen hun werk heel secuur.
Daarna wordt de camper naar binnen gereden en wordt de andere band opgelegd.
Om 15u30 is alles klaar en is alles geregeld, en zijn we weer op weg. Hoera! We hebben het gevoel dat onze reis nog eens opnieuw begint.
We zien mooie luchten, krijgen af en toe eens een buitje.
Maar ook gewoon schitterend zomerweer.
Onze GPS staat op snelwegen en tolwegen vermijden. Soms vindt die dan dat wij kiezen voor kleine wegen. Letterlijk. We krijgen weer wat uitdagende dingen voor de wielen geschoven. Maar het lukt allemaal goed, en ik moet zeggen, we hebben nog geen grote ruzies gehad met onze GPS (voorgaande jaren hadden we in het begin van de reis vaak wat onenigheid) (we lijken het toch te leren, ha).
We zien een regenboog.
Dit schermpje vinden we de max. Ik hou nogal van cijfertjes en data, en hier kan ik goed meevolgen aan welke snelheid we rijden (die wat mee in de gaten houden kan boete-gewijs nooit kwaad), maar we zien ook in welke richting we rijden (mainly south, obviously), en ook de hoogtemeters worden aangegeven. Leuk!
Het wordt later en het zwerk wordt steeds mooier.
We rijden over deze prachtige brug over de Allier in Moulins.
Een eindje verder stoppen we nog even, de zonsondergang is gewoonweg overweldigend mooi en die wil ik op het gemak bekijken en er foto’s van maken. Aan onze linkerkant zien we de buien die verlicht worden door de ondergaande zon, spectaculair ziet dat eruit. En toen zei Meneertje Mertens: hadden we die platte band niet gehad, dan hadden we deze mooie zonsondergang nooit gezien! Juist.
Alles gaat goed en vlot, we zijn niet moe wegens veel geslapen en gerust, het begint donker te worden, maar met 125 kilometer te gaan, beslissen we door te rijden tot onze voorziene bestemming. De zonsondergang blijft ons lang achtervolgen.
Iets na middernacht arriveren we in Auzon, waar het aardedonker en muisstil is, op een tsjirpende krekel na. Elektriciteit aansluiten, lenzen uit en tanden poetsen, en bed binnen voor een welverdiende nachtrust.


Laat een reactie achter bij MyriamCReactie annuleren