Lies vroeg me heel lief of ik voor haar een pennenzak wou maken. Die had ik eerder al gemaakt, maar een beetje te klein, niet al haar spullen konden erin. En ja, als ze me heel lief iets (haalbaars) vragen, dan doe ik dat met graagte.
Ik wist meteen wat ik wou maken, de pennenzak van Oon. Ik wist ook meteen welke stofjes ik zou gebruiken: een zwaarder katoen van Ikea voor de buitenkant, en de ballonnetjesstof van Le Chien Vert voor de binnenkant. Vlieseline had ik ook liggen. En Lies bracht ritsen mee van de Veritas.
Ritsen ja, want ik zou er meteen twee maken. Stofjes en vlieseline geknipt, en aan de slag. Aan de slag, tot ik helemaal vastliep. Van de uitleg over de flapjes begreep ik geen zak. Dat kon toch niet? Dat klopte toch niet? Hoe maken al die mensen al die mooie pennenzakken? Ik moest wel de enige zijn in Vlaanderen (en Nederland) die er de ballen van begreep. Van het gevorderde beginners gevoel bleef gelijk niet veel over.
Dus het eerste exemplaar eindigde als een gewoon ritszakje. Waar Lies, braaf kind, ook content mee was, want er kon al meer gerief in dan in haar eerste pennenzakje.
Ik heb er een paar nachten over geslapen, diep nagedacht, en het begon me wel te dagen waar de fout zat. Het tweede exemplaar zat deels in elkaar, en daarmee kon ik vanmorgen verder.
En kijk: ik heb het begrepen! Ik heb een pennenzak! Nog een beetje schots en scheef en vatbaar voor verbeteringen, maar ik heb nu tenminste door hoe het moet. Hoera! Weer iets bijgeleerd! Er zullen nog wel pennenzakken volgen…



Zeg het eens?