Fietssnelwegen in Vlaanderen. De theorie is mooi, de praktijk is vaak bedroevend tot frustrerend. In dit reeksje belicht ik elke week een verkeerssituatie die niet op een fietssnelweg hoort, en maak de vergelijking met een autosnelweg. Onderaan deze blogpost vind je de definitie van een fietssnelweg volgens Wikipedia, en een lijstje met voorgaande blogposts.
Deze week: drukke wegen kruisen
We fietsen alweer op de fietsnelweg F4 richting Gent, deze keer wat verder van Gent, in Beervelde (Lochristi). Meer bepaald aan het station van Beervelde.
Net voor dat station moet je de Beerveldsebaan kruisen, een erg drukke weg met een beetje verder de op- en afrit van de E17. Veel wagens, ook veel vrachtwagens, die vaak snel rijden.
Op het fietspad wordt aangegeven dat je geen voorrang hebt, dat is dus duidelijk. Op de weg is er echter geen duidelijke indicatie voor de automobilist dat een grote fietsas de weg kruist. Je staat daar dus als fietser een beetje voor piet snot te wachten tot je tussen het verkeer door kan, of tot een vriendelijke ziel je doorlaat. Het is leuk als er een trein passeert, dan staat alles toch stil.
Kan dit op een autosnelweg? Het antwoord is eenvoudig, en daar moet ik niet veel woorden aan vuilmaken. Neen. Op een autosnelweg zijn er geen kruispunten.
Stay tuned voor een volgende illustratie van het begrip fietssnelweg, volgende week!
- Aflevering 1: Tweerichtingsfietspad
- Aflevering 2: Obstakel op de fietssnelweg
- Aflevering 3: Moordstrookje
- Aflevering 4: Het betere bochtenwerk
- Aflevering 5: Fietspadbegroeiing
De definitie van een fietssnelweg volgens Wikipedia:
Fietssnelweg, snelfietsroute, snelle fietsroute en in Vlaanderen ook fiets-o-strade zijn informele benamingen voor een fietspad dat is bedoeld voor langeafstandsverkeer.
Maar eigenlijk, nog volgens Wikipedia, is er geen definitie van een fietssnelweg.
Er is geen officiële definitie van een fietssnelweg. Tot de door overheden en verkeerskundigen genoemde kenmerken van een zo’n route behoren afwezigheid van gelijkvloerse kruisingen met gemotoriseerd verkeer, beter wegdek (bij voorkeur asfalt of beton) en afwezigheid van verkeerslichten. Tevens zijn fietssnelwegen doorgaans voorzien van een breder wegdek dan standaard fietspaden en worden scherpe bochten en omwegen in het tracé zo veel mogelijk vermeden. Vaak volgt een fietssnelweg het traject van een spoorweg, dat biedt een zo kort mogelijke route met een minimum aan kruisingen.
Fietssnelwegen worden genoemd als middel om files in het autoverkeer tegen te gaan. De verbetering van de fietsinfrastructuur kan de fiets een aantrekkelijker alternatief voor de auto in het woon-werkverkeer maken.





Laat een reactie achter bij Satur9Reactie annuleren