Zeswoordverhaal. Een tweewekelijkse zeswoordverhaal-met-beeld-schrijfuitdaging van Doldriest, die overgenomen werd door Melodyk.
Deze week: mot.
Mot. Mot. Ja mannekes, mot. Na mijn vlinder-toestand wist ik dat ik geen motten moest gaan zoeken in mijn foto’s, want Google denkt sowieso dat motten vlinders zijn en vlinders motten. Als je nog volgt. De enige vlinders in mijn foto-collectie waarvan ik dacht dat het motten waren, zijn blijkbaar toch vlinders. Hehe. Genoeg gezeverd.
Maar toch: help! Jeetje. Mot. Maar toen fietste ik vrijdag in het Meetjesland, en eigenlijk stond me vrij vaag voor dat ik een Motje ging tegenkomen. Daar in die cรดtรฉ houden ze namelijk van dit soort straatnamen. Haantjen, Hoeksken, Beirtje (ja echt!)… je kan het zo zot niet bedenken of het is er. In Oosteeklo is er zelfs een straat die Vent heet. Woon daar eens zeg. Maar we wijken af.
Motje dus. Ik kwam het niet tegen, dat Motje. Terug thuis heb ik eens gezocht en inderdaad: in Lievegem is een Motje! Dus plande ik een fietstocht, die Meneertje Mertens uiteindelijk deed, want na mijn 50km van vrijdag had ik niet meteen zin in weer eens meer dan 40 kilometer. Maar toch, dus, een foto door Meneertje Mertens van ons Motje. Dankjewel Meneertje Mertens!
Want toen onze Mot een Motje was, weetjewel.
En hij had mij in de mot, maar zover was Matroos Beek al. Schitterend, trouwens.
En dat we geen mot willen, dat dacht Madame Doldriest ook al.
Dus ik was blij met mijn Motje.
Op deze voorrangsweg motje vooral doorrijden.รย




Laat een reactie achter bij Thomas PannenkoekReactie annuleren