Maandag 22 juni
De hitte speelt ons parten, en daar houden we rekening mee, door vroeg op te staan (niets nieuws daar) en door veel te rijden. Dat laatste was sowieso voorzien, maar we gaan ervoor zorgen dat we niet te vroeg terug zijn op de camperplaats. Rond 5u staan we op, en na een koffie lopen we eens tot de Chapelle de Sainte-Croix aan het gelijknamige strand.
Dat levert weer schitterende zichten op, met prachtige kleuren boven de azuurblauwe zee. We stappen weer een (heel klein) eindje op de GR 51 route.
Eigenlijk zijn er 2 kapelletjes, een oud en een recenter, en is er ook een kleintje.
De ruïne van de oude kapel.
Het kleintje.
De huidige kapel. Binnen kan je er niet.
Het strand is nog niet opgekuist, ongelooflijk wat hier achtergelaten wordt aan vuiligheid. Er zal nog veel moeten veranderen aan de mentaliteit van de mensen… we maken weer eens een hele nest foto’s zonder afval, en keren terug naar de camper.
We vertrekken meteen voor een uitstap die ik gepland had, naar de Camargue. Witte paardjes en flamingo’s kijken, hoop ik. En zwarte stieren, lees ik later nog. Eerst moeten we nog een stuk industriegebied door in de ochtendspits, maar richting Bacs de Barcarin wordt het groener en rustiger. De Bacs de Barcarin is een veer, normaal kost het 6 euro maar door werken (denk ik) is het gratis tot 1 juli. De overtocht is kort maar mooi, het veer is een grote boot waarop veel voertuigen en zelfs camions passen.
De bareel heeft precies al afgezien.
Mijn pogingen om een foto te maken van het bord van de Camargue mislukken jammerlijk.
Kort na de overtocht met het veer stoppen we even voor een kop koffie, waarna we weer verder kunnen. We komen ook veel zonnebloemvelden tegen, de bloemen met hun kopjes naar de zon.
We zijn nu in de Camargue en het is hier prachtig. En rustig. Heel mooie landschappen, we kijken onze ogen uit. Af en toe stoppen we eens aan een panoramapunt.
We zagen veel wilde paarden, maar maakten er weinig foto’s van. Dit is één foto van één paardje.
Saintes-Maries-de-la-Mer is niet erg ver, en we rijden door naar een punt voorbij het stadje waar ik een parking gezien had. Blijkt dat daar een camperplaats is, behoorlijk groot en met vrij veel campers. We zoeken een plekje, vragen ons af of we gaan moeten betalen (niet), en trekken naar het water.
Het is er ongelooflijk rustig, en ook ongelooflijk mooi. We rapen er een paar schelpjes voor Lili en Pipa, zitten met onze voetjes in het water, genieten van het uitzicht en zijn content. We waaien er bijna weg, op de brug moeten we het fototoestel en de telefoon goed vasthouden of ze waaien uit onze handen. Een passerende tour-leidster te paard zegt: “ça souffle hein!†en we denken: “als de locals al zeggen dat het hard waait, dan moet het écht hard waaien!â€.
We keren terug naar de camper, en trekken verder. Saintes-Maries-de-la-Mer door. Het stadje is niet leeg, maar je kan het er ook niet druk noemen. Heel deze corona-historie moet pijn doen, echt veel pijn, dat is hier wel duidelijk. We hebben al veel wilde paarden en zwarte stieren gezien, maar nog nauwelijks flamingo’s. we gaan actief op zoek waar we er kunnen spotten, en ik vind een interessante website met een pdf-document. Aan de hand daarvan kies ik nogal lukraak voor de Etang du Fangassier. We keren een eindje terug, slaan een kleinere weg in en worden echt van onze sokken geblazen.
We rijden vlakbij het water, zien veel flamingo’s, en vinden het gewoonweg fantastisch. Wat is het hier prachtig! En rustig! We rijden een heel eind door, en keren dan terug. Hieronder een selectie van de flamingo-foto’s.
De weg ligt er slecht bij, maar is toch zalig: bij momenten echt vlak naast het water.
We zien veel witte vlekken in het landschap, wellicht zout, want in de Camargue wordt ook aan zoutwinning gedaan.
Daarna willen we nog niet terug naar de camperplaats, en zoeken we een plekje met schaduw. Dat wordt een beetje moeilijk, en uiteindelijk nemen we de Bac de Bacarin nog twee maal, haha! Maar we doen dat graag, ook in Gent varen we al eens voor ons plezier met het veer van Langerbrugge of Terdonk.
Maar we vinden ons plekje, waar we een boterhammetje verorberen, kijken waar we nog boodschappen kunnen doen, en naar Martigues La Couronne geraken zonder op de wegversperring te botsen. Dat lukt goed: we gaan in Saint Martin de Crau (de broer van Alexander) (sorry flauw mopje) naar de Super U, en rijden via de semi-autosnelweg naar La Couronne, en rijden al doende maar één keer mis. Hehe. Rond 18u30 zijn we terug op de camperplaats. De wind is (eindelijk!) wat gevallen, we kunnen alles open zwieren. We eten een slaatje, ik zet de foto’s op de harde schijf, typ dit verslag en regel nog wat dingen, waarna we in ons bed kruipen, want morgen gaan we weer veel rijden. Doen we graag, en rijden is in deze hitte nog de beste optie.
Dinsdag 23 juni
De wekker loopt af om 5u, we staan vrij vlot op, drinken een kop koffie en maken ons klaar om te vertrekken. We zijn hier 3 dagen lang bijna weggewaaid, nu is er ineens nauwelijks wind. Om 6u07 (hehe, dat heb ik onthouden) zijn we weg voor een lange dag rijden naar het uiterste puntje van Frankrijk. Vandaag heb ik autosnelwegen toegestaan in onze route, omdat we anders miserie hebben om Martigues uit te geraken. We zijn hier al een paar keer op en af gereden, en je moet niet betalen, dus waarom niet. We zien nog eens het ochtendlicht op de zee.
Dus rijden we tot na Arles vlot, maar in druk verkeer, op de autosnelweg. Zo hoeven we de stad Arles ook niet door te rijden. Daarna rijden we nog een heerlijk rustig stuk door de Camargue, waar we ook stoppen om te ontbijten. We rijden het departement Bouches-du-Rhône uit en de Gard in, om dan vrij snel in de Hérault te belanden. Tot onze verbazing zien we nog vaak flamingo’s in het vele water langs de weg. We vlotten goed, en beginnen zo stilaan te denken aan stoppen voor nog een kop koffie, maar dan geraken we aan de sukkel. Ik had als tussenpunten Frontignan en Sètes gezet, maar moet één van die punten te snel verwijderd hebben, en dame Google doet haar goesting en niet mijn goesting. Mijn goesting zijnde een stuk langs de kust dat er spectaculair mooi uitzag. Hm. We keren een eind terug want ik ben nogal een keikop, en geraken dan in een soort loop dat ik voor aan niet meer van achteraan kan onderscheiden en niet meer weet wat eerst komt, Frontignan of Sètes, en helemaal mijn oriëntatie kwijtraak. We zien al sukkelend wel mooie dingen.
Soit, uiteindelijk belanden we op het gewenste stuk kust, en het is gewoonweg fenomenaal mooi. Blij dat we teruggereden zijn.
Daarna doet Madame Google nóg eens eigenzinnig omdat Meneertje Mertens niet geneigd is het centrum van Sètes in te rijden, ik geef het op en we doen haar goesting. En rijden zo nog eens een stuk af dat we eerder al zagen, ahum. Maar hey, whatever. We hebben het mooie deel gezien en we rijden na het gesukkel weer vlot verder. Alleen: grote wegen (snelwegen, remember?) en geen stopplaatsen en zin in koffie en ondertussen ook honger en te warm wegens de zonnewering van het luik boven ons hoofd die niet dicht is… het duurt nog een heel eind voor we kunnen stoppen, maar uiteindelijk vinden we een parking langs de weg. Slaatje, koffie, wat zoetigheid en een Dafalgan om de ontstane hoofdpijn te verdrijven. Dat lukt. We zetten de routeopties weer op “snelwegen en tolwegen vermijdenâ€, en rijden zo weer langs heerlijk kalme en mooie wegen. We stoppen niet meer en rijden door naar Argelès-sur-Mer. We moeten wat zoeken naar de ingang van de camperplaats en vinden het hele zaakje daar een ontgoocheling: dicht bij het strand, dat wel, maar voor de rest een veredelde parking zonder schaduw in de blakende zon. Hebben we genoeg van, en we keren onze kar meteen. We hadden namelijk al een alternatief gezocht: 10 kilometer verder is nog een camperplaats in Elne. Niet meer bij de kust, maar wat meer beschut. Daar zoeken we een plekje. We houden van de camperplaatsen die wat oud en sjofel en onderkomen zijn, maar dit is toch wel een statie verder: knielang gras en snoeihout… het ziet er echt onderkomen uit.
Maar: het is rustig, er is schaduw, en we zijn toe aan een namiddagje rusten. Dus installeren we ons, en houden we ons in stilte bezig. Blogbericht schrijven, foto’s selecteren, meloen eten, beetje opruimen, watertank vullen, douchen… er is altijd wel genoeg te doen. En anders kunnen we wel lezen of gewoon luieren.
We gaan de camperplaats nog eens verkennen, en zien zo van die oude en verlaten en verweerde dingen die we mooi vinden.
Maar uiteindelijk staan we hier best wel goed.
Het waren drie intense dagen, vanaf morgen is het wat rustiger. We rijden nog een eindje verder (ongeveer 100km) om dan daar een paar dagen ter plekke te blijven. Waar? Dat lees je binnenkort!


Laat een reactie achter bij Satur9Reactie annuleren