Het Corona-virus zorgt ervoor dat we wellicht nog wel wat tijd in ons kot zullen moeten doorbrengen. En daarna misschien nog behoorlijk wat tijd in eigen land. Geen reis en geen reisverslagen, dus dacht ik: ik vraag aan mijn lezers en medebloggers om een gastblog te schrijven over hun woonplaats, om zo virtueel te kunnen rondreizen in België en eventueel ook het buitenland. Een oproep die gretig aanvaard werd, ondertussen hebben zich al 20 gastbloggers aangemeld! Wie dit nu pas leest en ook nog wil aansluiten, laat maar weten hè. Iedereen is welkom.
Vandaag aan zet in een internationale week: Le Petit Requin. Belgische, woont in Zwitserland. Houdt van fietsen, gebouwen, boeken, lijstjes, stationary, reizen, Zwitserland, uitstapjes naar België, eten, de natuur… iemand met een breed scala aan interesses en een open geest. Ze neemt ons mee naar Winterthur!
**********
Winterthur, het is een stad die bij de lezer vermoedelijk geen belletje doet rinkelen (hoewel, wie in de verzekeringssector actief is, kent misschien wel de Winterthur Group, die jaren geleden door AXA werd overgenomen). Zelf kende ik de stad alleszins helemaal niet, toen ik zes jaar geleden naar Zwitserland verhuisde. Oorspronkelijk woonde ik in Thalwil, 10km ten zuiden van Zürich, maar praktische redenen zorgden ervoor dat ik in 2017 in de zesde grootste stad van Zwitserland belandde (wat overigens niet wil zeggen dat het een grote stad is, want met 112000 inwoners is ze nog steeds bescheiden te noemen). Klein, maar fijn, dat is wel een goede noemer om Winterthur in onder te brengen, want er is hier heel veel moois te zien. Zal ik jullie eens rondleiden?
Laten we beginnen in het stadscentrum, want Winterthur heeft een mooi, historisch én verkeersvrij centrum (de grootste verkeersvrije zone in een stad in Zwitserland zelfs). Anders dan in België hebben de meeste steden hier geen typische “grote markt”, al zijn er wel verschillende gezellige pleintjes, zoals de bomenrijke Unterer en Oberer Graben. Zelf hou ik minder van de typische winkelwandelstraat – de zogenaamde Untertor (vanwege de typische ketens die je in elke stad vindt…) -, geef mij maar de smallere straatjes rondom de kerk, de Obergasse (met mijn favoriete stationarywinkel) of de duurzame winkels bij Obertor.

Blik op het centrum: linksboven de Steinberggasse, links midden het Türmlihuus (vroeger deel van de stadsmuur, vandaag studentenwoning), links onder het stadshuis met rechts op de foto de Axa-toren. Midden boven de Oberer Graben, midden onder de Metzggasse (een Metzger is een slager; dit was in vroegere tijden de enige straat in de stad waar geslacht mocht worden), rechts boven de gotische stadskerk, waarvan de oudste delen teruggaan op de 13e eeuw, rechts midden de Rathausdurchgang en rechts onder het Technikum, een technische hogeschool.
Qua cultuur is er ook meer dan genoeg te vinden: rondom de stad zijn nog een paar oude kastelen bewaard (zoals het mooie Schloss Hegi, bovenaan dit bericht), waar meestal wel een of ander event of tentoonstelling georganiseerd wordt, er zijn een hele hoop interessante musea (gaande van Technopolisbroertje Technorama tot de Sammlung Oskar Reinhart, waar o.a. een Rubens te zien is), in de zomer vindt er een stadsmuziekfestival plaats, in het voorjaar is er de carnavalsstoet, in het najaar het grootste kortfilmfestival van Zwitserland…

Niet dat Winterthur altijd zo gefocust was op cultuur, in de 19e eeuw had de industrialisatie hier een heel grote impact: er werden verschillende fabrieken en arbeiderswijken opgericht. Dit gebeurde vooral in het stadsdeel Töss waar de gelijknamige rivier stroomt, die voor watertoevoer voor o.a. de verschillende textielfabrieken kon zorgen (in de stad, maar ook in het hele Tösstal zijn er resten van die industrialisatieperiode overgebleven). Vandaag zijn de meeste van die bedrijven verdwenen of verhuisd en worden nieuwe functies voor de oude industriële gebouwen gezocht. Iets waar de stad, al zeg ik het zelf, best wel goed in slaagt (wat niet wegneemt dat er hier ook wel wat mottige gebouwen staan hoor…). Zo is het Sulzerareal, dat zich vanaf het station uitstrekt, heel mooi herbestemd en een nieuwe, hippe buurt geworden met o.a. een cinema in het vroegere ketelhuis, een hogeschool waar je in de biliotheek onder een vroegere goederenlift zit te werken, een restaurant in een oude treinwagon…


Hoewel alles wat ik hierboven beschreef al voldoende reden zou zijn om graag in Winterthur te wonen en ik het ook echt fantastisch vind om alle voordelen van een stad (goed openbaar vervoer, alles dichtbij, keuze uit verschillende winkels, ook bio en/of zero waste) te hebben, is dé reden dat ik hier zo graag woon de natuur. Zwitserland slaagt er algemeen heel goed in om die twee woorden geen tegenstelling te laten zijn, maar hier is dat zeker het geval. Enerzijds helpt de geografie daar bij, want de stad strekt zich tussen zeven heuvels uit, maar anderzijds werd al in de periode tussen beide wereldoorlogen in de stadsplanning ingezet op groen, iets wat tot vandaag zo gebleven is. Doe daar nog de gigantische oppervlaktes aan gemeenschapstuinen, in “Winti” een Pünt genoemd, bij en dan heb je best wel wat groen bij elkaar. Kijk maar:



Alsof al dat natuurlijk groen en de toegang tot de Töss al niet fantastisch genoeg zijn, heeft Winterthur ook nog eens vijf (5!) openluchtzwembaden, die de ideale combinatie van sport (de meesten hebben een 50m bad) en ontspanning bieden. Echt, hoe Brussel zijn enige openluchtzwembad zonder vervanging afbreekt voor een zoveelste winkelcentrum, ik zou daar toen ik nog in België woonde al niet met mijn hoofd bijgekund hebben, maar wetende wat hier aan mogelijkheden bestaat, nog veel minder. Grappige anekdote: blijkbaar is al dat water voor sommigen desondanks nog niet genoeg, want in 2000 werd er een – uiteindelijk verworpen – referendum gehouden om Winterthur zijn eigen kunstmatig aangelegde meer te geven (ah ja, al die andere grote steden hebben ofwel een meer, ofwel Alpen en hier hebben ze “niks”, tsss).

Ik vond al dat groen altijd al fantastisch, maar zeker tijdens de lockdown was het een ongelooflijke luxe om zoveel groen dichtbij te hebben. Naar buiten stappen voor een wandeling en kunnen kiezen tussen wandelen langs het water, op een beboste heuvel, een heuvel met wijngaarden… dat is hier de normaalste zaak ter wereld en meer dan wat anders, is dat waarom ik hier heel graag woon.
Als uitsmijtertje, voor degenen die Winterthur op hun citytriplijstje zouden willen zetten (enkel Winterthur zou ik vanuit België of Nederland niet doen, in combinatie met Zürich – bezoeken! – of Sankt Gallen – met een werelderfgoedabdij – is het wel een stop waard), een kleine tip voor wie in de stad iets wil gaan drinken: in de kerstperiode is Paddy’s een absolute must. Check die compleet over the top, maar net daardoor fantastische kerstversiering!

Bedankt voor het lezen! Bedankt Anne om mij “mijn stukje” Zwitserland te laten voorstellen!


Laat een reactie achter bij Silberstreifen juni 2020 – Le petit requinReactie annuleren