Gastblogger: Goofball

De afgelopen weken schreven vijftiger Saralien, veertiger Nobutterfly en dertiger Bostonbaby hier een gesmaakte gastblog. Er waren nog kandidaten, dus startte vorige week een tweede uitgave van dit reeksje, met dertiger IJgenweis, die een stukje schreef over Pinterest vs realiteit. (sidenote: ik moet altijd diep nadenken als ik de naam van de blog van Sille schrijf. IJgenweis. Ik vind het zo moeilijk, en schrijf het dan ook vaak verkeerd. Of juist? Vaak dan ook net niet. Ha!)

Deze week: Goofballsworld. Goofball woont in Leuven, samen met haar man en twee jonge kinderen. Ze trekt er regelmatig op uit in haar eigen stad, op haar blog lees je ook verhalen over andere streken en steden, en samen met haar gezin brengt ze ook veel tijd door in de mooie Hoge Venen. Zij schreef een gaststukje over wandelen, een stukje dat wat mij betreft ook best wel herkenbaar is.

Veel leesplezier, en bedankt Goofball voor de aangename samenwerking!

IMG_5482

Mijn collega’s zijn aan het trainen voor een obstacle run. Een paar keer per week gaan ze tijdens de middagpauze lopen en zien we ze nadien fris gedoucht in de keuken binnenwaaien voor een snelle gezonde lunch. Ik hoor niet bij het hippe clubje en bekijk al die sportiviteit wat meewarig.

Het is geen geheim dat ik niet sportief ben. Nooit geweest. Mijn conditie is om bij te huilen en zodra ik een fysieke inspanning moet maken hap ik naar adem als een vis op het droge. Maar ik probeer wel veel te bewegen en sinds ik een Fitbit draag hou ik mijn aantal stappen nauwlettend in de gaten.

Ik heb samen met mijn gezin de vaste gewoonte gekweekt om elk weekend te gaan wandelen. Een hele dag binnenzitten maakt ons rusteloos. Doordat we in het stadscentrum wonen, doen we allerlei boodschappen gewoon te voet. Kindjes die bij een vriendje gaan spelen: te voet. En dan tikt die stappenteller soms verbazingwekkend aan. En al vele jaren inmiddels trekken we regelmatig een weekend naar de Oostkantons waar we met veel plezier uitwaaien langs de hoge venen of in de bossen.

Onbewust is dat een gewoonte geworden waar ik nood aan heb. Toen we deze winter enkele weekends niet naar de Ardennen konden gaan wegens andere afspraken, wegens slecht weer en zieken in huis, toen voelde ik me heel gefrustreerd en opgesloten. Toen besefte ik hoe ik het wandelen miste, hoe ik nood had om de frisse lucht te voelen. Ik trok er op den duur alleen op uit om een half uurtje door te stappen door de regen. Het luchtte enorm op de koude wind op mijn neus te voelen.

Had je me 20 jaar geleden gezegd dat wandelen een hobby van mij zou worden, dan had ik eens goed gelachen. Wandelen… dat roept toch een beeld op van muffe gepensioneerden met khaki kousen boven hun broek getrokken, een heuptasje rond hun middel en een paar wandelstokken in hun handen, die in clubs langs de velden marcheren in groep? Mijn leven hou ik wel wat hipper en spannender. Er gebeurt niets als je wandelt. Het is zo traag.

Of blijkbaar niet. Misschien heb ik al voldoende jaren van wijsheid verzameld om geleerd te hebben dat regelmatig wandelen en bewegen me echt fitter en energieker doet voelen en positief werkt op mijn gemoed. Het is niet voor niets dat wandelen als middel tegen depressie wordt voorgeschreven. Nee een sportvrouw word ik er niet van, zeker niet aan het tempo dat we wandelen met een paar kleuters in ons kielzog.

Maar de natuur…de natuur is echt zo schoon. Het is net door het trage ritme van de wandeling dat je kleine bloemetjes, insecten, roofvogels boven je hoofd ontdekt waar je mogelijk met een fiets gewoon zou voorbijzoeven. Het brengt een heerlijk tegengewicht na een week vol professionele uitdagingen.

collage_wandelen

(klik op de collage voor groter formaat)
Het is natuurlijk niet altijd gemakkelijk om met 2 kleuters te wandelen. Onze tochten zijn dus nooit heel lang. Momenteel heeft onze jongste de leeftijd dat hij de buggy beu is maar wandelt hij zelf nog maar aan minitempo en houdt het begrijpelijk nog niet lang vol met zijn minibeentjes. Uiteindelijk belandt hij wel in mijn armen of op mijn man’s schouders. Stiekem ben ik dan wel blij om weer aan een steviger tempo te kunnen stappen. Slenteren is toch wel een beetje moordend.

Momenteel zijn de kinderen nog te klein om hun eigen agenda op te dringen maar ik verwacht wel dat binnen een aantal jaren hun agenda zal beginnen doorwegen. En het is goed mogelijk dat ze dan wel wat beters te hebben dan natuurwandelingen te maken met hun ouders. Intussentijd hoop ik een liefde en verwondering voor natuur aan hen door te geven. ‘k Moest dan ook voluit glimlachen toen de 5-jarige 2 weken geleden trots stilhield aan de rand van het bos en zijn grootmoeder er spontaan op wees dat daar toch wel een zeer mooi uitzicht was. Of als ze ons vragen om nog eens in dit of dan wel dat bos te gaan wandelen en op het einde van de wandeling zeggen dat het wel een heel mooi bos was. En dat kan ik dan enkel maar beamen. Dan adem ik nog een flinke teug zuivere lucht binnen en ben ik klaar voor de nieuwe werkweek om nog wat supporteren voor die moedige collega’s die trainen voor hun obstacle run.

IMG_4862

Dit is mijn zevenentwintigste bericht in de de 40 dagen bloggen challenge. Uitleg alhier. Deelnemerslijst alhier.

Verwante Berichten:

4 reacties

  1. Heerlijk herkenbaar! Want ook al sport ik zelf wel graag, wandelen is (naast soms gewoon écht sportief, wanneer we vb. gaan sneeuwschoenwandelen) de manier om mijn hoofd helemaal leeg te waaien. Ik maak er niet altijd genoeg tijd voor, maar deugd doet het altijd 🙂
    En vanuit mijn ervaring als kind dat door ouders meegenomen werd om te gaan fietsen: eens die gewoonte er in zit, krijg je die er maar moeilijk nog uit 🙂 (in die mate dat mijn broer en ik bij momenten veel fanatieker waren en vb. in het weekend geen probleem hadden met opstaan om half zeven om 100km te gaan rijden, terwijl mijn ouders soms gewoon eens wilden uitslapen 😉 ). Zal met wandelen mogelijk dus niet anders zijn.

    1. Ik ben nooit sportief geweest, ik ben nu sportiever dan ik ooit was dus. Wie had dat ooit gedacht. Ik ging vanaf mijn 12e of zo wel heel regelmatig mee met mijn ouders wandelen, vaak ook in de Alpen. Toen moesten ze echt vaak letterlijk een wortel voor mijn neus houden om me de berg op te krijgen… in de vorm van de berghut boven waar we dan iets aten en dronken. Lekkere soep, eenvoudige limonade, zo van die heerlijk eenvoudig Oostenrijkse dingen… daar konden ze mij mee motiveren 😀 Maar ik denk nu dat ik toen echt wel vervelend kon zijn in al mijn gezeur. Want uiteindelijk waren het echt prachtige wandelingen.

Zeg het eens?

%d bloggers liken dit: