Ergens in de commentaren op het verhaal van onze eerste camperreis vroeg Goofball: benieuwd wat je allemaal geleerd hebt over hoe te leven in een camper ook dat nu helemaal anders is? Leuke vraag!
En er is véél veranderd. In de eerste plaats hebben we écht wel enorm veel geleerd. Het was 10 jaar geleden veel moeilijker dan nu om informatie te vinden over het camperleven. De eenvoudigste dingen als het lozen bijvoorbeeld, was ons in het begin helemaal niet zo duidelijk. Wat mocht en wat mocht niet? Eén keer hebben we het grijs water (wat gebruikt om te douchen en af te wassen) in een rioolputje geloosd, maar dat bleef bij één keer. Het is de bedoeling niet, het mag niet. We weten nu ook dat het heel gemakkelijk is om loospunten te vinden voor grijs water. Voor “zwart water” (de cassette van het toilet) is het wat minder makkelijk, maar het kan allemaal probleemloos met respect voor de wetten en de natuur.
We blijven ons wel afvragen hoe dat gaat als mensen een week lang op Alpe d’Huez staan, of de Mont-Ventoux, of een andere populaire berg in de Tour de France. Een toiletcassette is na 2 dagen vol, wij hebben een tweede mee maar dan kom je nog maar aan vier dagen. We vragen het ons nog steeds af. Eén keer hebben we dat gezien, trouwens, tijdens Parijs-Roubaix. De Fransen die rond ons stonden, gingen hun cassette uitgieten in een gracht. Triestig. Soit. Verder gaan we het over de leuke dingen hebben hè.
Een mobilhome met een alkoof willen we niet meer. De alkoof: de ruimte boven de cabine waar je kan slapen. Ik wilde daar niet slapen want dat lijkt me veel te benauwd. En ook een gedoe als je ’s nachts moet opstaan, zeker voor degene die niet aan de kant van de ladder ligt.

Daarbij belemmert dat spel boven je hoofd (dat we alleen als veredelde bergruimte gebruikten) je zicht. Je ziet het zelfs op de foto’s.

Veel mooier toch ook, zo’n camper zonder alkoof. En het is wat aerodynamischer.

Over slapen gesproken. Een gewoon tweepersoonsbed (Frans bed) hoeft voor ons ook niet meer.

Degene die aan de kant van het raam ligt, moet ’s nachts of ’s morgens over de andere klauteren, en daarbij, in de zomer is dat echt veel te warm. We hebben nu achteraan twee “aparte” bedden, die je ook eenvoudig kan aanpassen naar één bed. Een groot bed. Zalig.

Een hefbed (blijkbaar wordt dat paviljoenbed genoemd) hoeven we ook niet. Beperkt de ruimte, beperkt het licht en… we gebruiken het niet. Voorlopig kunnen kleinkinderen nog tussen ons slapen, en als dat niet meer kan, zien we wel weer verder. Wat we daarbij vanaf het begin nooit gewild hebben, is elke dag “verbouwen” om te slapen. Een bed dat je ’s avonds moet opzetten/uitklappen/opmaken, nope, wilde ik niet. Ik wil zonder gedoe kunnen gaan slapen. Dat elke avond opzetten en ’s morgens weer opruimen, ik denk dat we dat héél snel meer dan beu zouden zijn.
We weten ook gewoon meer over campers in alle soorten en maten. Buscampers, vans, half-integraal, integraal… ze hebben niet veel geheimen meer voor ons. Dit in tegenstelling tot tijdens onze eerste reis, toen we dit gevaarte tegenover ons zagen stoppen. Holy crap. Wat een ding. Nu weten we: er zijn er die nog véél groter en groter zijn!

Zoveel groter dat ze niet op sommige camperplaatsen geraken. Door hun lengte, over tonnage hebben we het dan nog niet eens. Zoveel groter dat de onze ernaast een dwergje lijkt. Zoveel groter, wil ook zeggen zoveel grotere tanks, zodat we er een half uur achter staan te wachten als ze aan het lozen zijn. Zoveel groter, zoveel luxueuzer, zoveel duurder, zoveel meer brandstofgebruik, zoveel niet meer op kleine wegen terecht kunnen… voor ons hoeft het niet, dat is wel zeker.
Wat me opviel toen ik de foto’s bekeek van onze reis van 2016, is dat we toen nog “op papier” reden. We hadden een GPS, maar elke verplaatsing had ik thuis helemaal voorbereid, en de wegbeschrijving afgedrukt. Dat was toen heel handig en we hebben dat een tijdje volgehouden, maar nu hoeft het niet meer. Het gebeurt niet echt vaak meer dat we geen internet hebben, dat is een uitzondering geworden.

Het zorgt er ook voor dat ik steeds minder papieren kaarten mee heb. Hoewel dat eigenlijk wel een beetje een verarming is, misschien moet ik dat maar weer eens meer doen.

En wat we wel nog altijd hetzelfde doen als tijdens onze eerste reis? Good old-fashioned old skool koffie zetten!



Zeg het eens?