Meneertje Mertens en ik waren al een paar jaar regelmatig naar de Tour de France gaan kijken, toen die in eigen land was. Onder andere in 2014, een dag op de Mont Noir, en een dag in de gietende regen in Roeselare. We reden toen met een Citroën C8, om 4 kinders te vervoeren, maar dat ding was wel handig om uitstappen mee te maken ook. Ruim, stoelen die gedraaid konden worden, een tafeltje, dat soort dingen.

En we vonden dat heel plezant. Het enige wat ik daar zelf aan miste, was een toilet. Ik heb er een hekel aan om ergens in de bosjes te moeten gaan plassen.
Tel bij dit detail op dat ik al lang droomde over een mobilhome… dat optelsommetje leidde al snel tot het zotte idee: laten we een mobilhome huren, en naar de Tour de France gaan kijken. In Frankrijk.
Denk hierbij: twee naïeve kiekens die van niks wisten over reizen met een camper, en die ook wel wat op de centen moesten letten. Dus huurden we in 2016 ergens een goedkope mobilhome, waar de naïeve kiekens ook wel content mee waren. Bij een bedrijfje in Gent dat een paar (twee of drie) mobilhomes in hun “vloot” had.

Met een alkoof, en met zo’n bed achteraan waarbij je over elkaar moet kruipen om eruit te geraken, bijvoorbeeld ’s nachts om naar het toilet te gaan.

Gezellig was het wel hoor, daar niet van. Tot ik de eerste nacht met mijn neus in het gordijn lag dat naar rook en stof rook. OK.
We vertrokken via de N60 richting Bourges en Revel. ’s Morgens vroeg, kwestie van wat “voorsprong” te hebben. Tegen dat we aan de grens waren, waren we al 4 keer gestopt. We moesten nog tanken (Gent Wiedauwkaai), geld afhalen (Gent Dampoort), we waren een venster of luik vergeten sluiten (De Pinte), er bleek water over de vloer te lopen. Daarvoor stopten op een kerkplein in Ellignies-Sainte-Anne (hoe toepasselijk). Water opgedweild, gekeken vanwaar dat kwam (euh, van de watertank ja), een tas koffie gedronken en weer verder gereden.

Wij dus weer de baan op.

Richting eerste camping, in Bourges. Beviel ons zeer.

En dan verder naar de omgeving van Revel.

Waar we ter plekke nog een wandeling maakten voor de renners arriveerden.

Dit ding, de watertank, veroorzaakte ondertussen nog meer problemen. Erger nog: de pomp werkte niet meer. We leerden al heel snel dat je met enkel flessenwater ook wel je plan kan trekken. En dat je zelfs koffie kan maken met bruiswater. Haha.

We zagen de renners passeren, op de kleine foto zijn ze wellicht niet herkenbaar maar ik zie Cancellara en Froome.

Waarna we koers zetten naar de voet van de Mont Ventoux. Er kwam een rit op de Ventoux, en we hadden toen vrienden die daar woonden.

De waterpomp werd er vervangen, met de hulp van de vrienden.
Volgende les: op de Mont Ventoux gaan staan tijdens de Tour, het is niks voor ons.

De dag erna reden we naar het parcours van de tijdrit van Bourg-Saint-Andéol naar Vallon Pont d’Arc. Weet je nog, die waar de jonge Julian Alaphilippe tegen de rotsen aanwaaide. (niet zelf gezien hoor)
We leerden er ook wel wat lessen, daar. Dat we er 0 internet hadden bijvoorbeeld, geen bereik. En dat we dus ook niemand op de hoogte konden houden dat we er goed stonden, of dat alles OK was. (het was de dag van de aanslag in Nice en heel Frankrijk was op z’n ongemak).
Ik bakte absoluut niks van foto’s maken, maar af en toe zat er toch eentje tussen waar ik trots op ben.

Kijk, Froomie!

Weer aan de voet van de berg gingen we die ook eens verkennen, neen, niet met de fiets. Met onze vrienden in hun auto.


Zo zitten we ongeveer de helft van onze vakantie. Volgende week: het zeer spannende vervolg.


Zeg het eens?