Zeven dingen die ik heb geleerd in wachtzalen

Wachtzalen. Ik had er al veel ervaring mee, het laatste jaar werd die nog veel uitgebreid. Wachtzalen lijken op het eerste gezicht allemaal hetzelfde. Maar dat zijn ze niet.

Het personage van de wachtzaal

Je kan nooit voorspellen hoe lang je er gaat zitten. Denk vooral niet: “Dat zal hier snel gaan.” De wachtzaal hoort dat. De wachtzaal neemt dat persoonlijk. De wachtzaal denkt dat je haar niet graag ziet. Ze doet artsen verdwijnen, computers crashen, duikelt ergens een patiënt op die toch nog vóór jou aan de beurt is.

De stoelendans van de wachtzaal

Waar ga je zitten. Je kijkt rond en probeert snel de veiligste keuze te maken. Een stoel waar niemand naast zit lijkt ideaal: ruimte, rust, controle. Maar dan besef je dat het net niet de veiligste keuze was, want een lege stoel blijft in een wachtzaal nooit lang leeg. En wie dan naast je komt zitten, is al helemaal een onbekende factor.

De fauna van de wachtzaal

De mensen die je zitten aan te staren, die zitten te bellen met de telefoon op luidspreker, die je (en zichzelf) om de 2 minuten doen schrikken doordat het geluid van een filmpje op hoog volume begint af te spelen, de stinkers, de zuchters…

De onvermijdelijke babbelaar

Hoed je voor mensen die een gesprek beginnen met een zucht en de opmerking “hoe druk het hier weer is”. Voor je het weet ken je hun hele medische geschiedenis, hun huisdier en hun mening over het huidige politieke klimaat (waarmee je het grondig oneens bent maar dat niet wil zeggen om gedoe te vermijden).

De grap van de wachtzaal

Soms ontstaat er collectieve hilariteit en verbondenheid als er iets gebeurt. Zoals over de ongeduldige verpleegkundige op orthopedie, die veel te snel de tweede keer een naam roept van iemand die aan de beurt is. Orthopedie. Mensen die niet vlot te been zijn. Die manken. Die een brace hebben. Die niet goed uit de voeten raken. Die in een rolstoel zitten. De ongeduldige verpleegkundige wordt dan al snel een bron van hilariteit én verbondenheid.

De moraal van de wachtzaal

Over de norse mensen, zwijgzame mensen, zuurpruimen en mensen met een gezicht als een oorwurm: je weet nooit wat ze doormaken, dus oordeel niet.

Over oorwurmen gesproken

Muziek in wachtzalen is naar mijn ervaring een echte marteling. Je hebt niets te kiezen: JoeFM, Qmusic of MNM, en als je echt geen geluk hebt, Radio 2. Een uur Vlaamse schlagers is geen uitzondering, net als een verzameling klassieke hits en andere oorwurmen. Van Zeven anjers, zeven rozen over The Final Countdown naar Somebody That I Used to Know en doe daar dan nog Rhythm is a Dancer bovenop en je hebt een jukebox aan ongewenste gasten in je hoofd. Combineer dat met de onvermijdelijke stress, de volumeknop die te hoog staat en je buurvrouw die in de hittegolf overdadig met zwaar parfum gespoten heeft, en de migraine is niet veraf.

De fauna van de wachtzaal: wij oefenden die alvast thuis. Hopelijk krijg je deze vier nooit naast je.


Reacties

4 reacties op “Zeven dingen die ik heb geleerd in wachtzalen”

  1. Het is eigenlijk hilarisch (vooral de foto) maar wel geheel naar waarheid. TOP logje.
    Maar wat een vrolijke wachtzaal met die verschillende stoelen. Dat geeft toch al een heel andere sfeer dan de kille grijze stoelen-die-allemaal-aan-elkaar-hangen bij ons in het ziekenhuis.

  2. De stoelen op de bovenste foto vind ik leuk! Maar verder… de wachtkamer…. Ik weet niet hoe het in België is, maar in Nederland liggen in dit soort wachtruimten altijd als leesvoer de onvolprezen tijdschriften Arts en Auto, Arts en Tweede Woning en Arts en Vermogensbeheer. (Die laatste twee heb ik geloof ik verzonnen). In elk geval: echt iets te lezen valt er ook niet. Dus als ik kan vermoeden dat ik langere tijd moet wachten neem ik een boek mee. Als een andere wachtende ook een boek zit te lezen ga ik ernaast zitten en beginnen we een leesclubje. Het zachte geritsel van omslaande bladzijden, een ingehouden grinnik bij een grappige passage, een opwellende traan bij een roerende paragraaf. We kijken elkaar even aan en begrijpen elkaar.

  3. Ik geef altijd door dat ik slechthorend ben maar als ze me omroepen moeten ze dat toch meestal een paar keer herhalen. Ik lees altijd een boek maar met een half oog op het nummer of de verpleegkundige die de volgende oproept. Ik praat ook wel met anderen, voornamelijk omdat ik vaak zenuwen heb.

  4. Schitterend! En die foto ook. Én zo herkenbaar.
    Eergisteren zat ik nog in de wachtzaal bij mijn huisarts. Naast mij was de stoel leeg. Vijf minuten later zat er een rochelende, naar sigaretten ruikende zenuwpees naast me. Gelukkig werd ik snel geroepen. Het had niet veel langer moeten duren zonder mondmasker en kalmeermiddel.

Zeg het eens?