Langdurig ziek zijn is geen keuze. Het is een voortdurend balanceren tussen wat je lichaam nog kan en wat de samenleving van je verwacht. In België lijkt dat evenwicht de laatste jaren steeds meer te verschuiven richting controle, activering en wantrouwen. Alsof ziekte een tijdelijk misverstand is dat met voldoende druk vanzelf oplost. Alsof het leven maakbaar is. Alsof je alles zelf in de hand hebt.
Activeren als toverwoord
De federale regering zet sterk in op de “activering†van langdurig zieken. Op papier klinkt dat positief: mensen begeleiden richting aangepast werk, hen niet laten verdwijnen in hun verduisterde slaapkamer. In de praktijk voelt het voor velen als een permanente evaluatie van hun bestaansrecht.
Langdurig zieken worden steeds vaker gezien als een onbenut arbeidspotentieel. Niet als mensen met grillige lichamen, onvoorspelbare energie en dagen die niet netjes in een Excel-kolom passen. Activering wordt zo minder een aanbod en meer een verwachting.
Jaarlijkse oproepingen: bewijzen dat je nog ziek bent
Een van de meest voelbare veranderingen wordt de jaarlijkse oproeping voor medische evaluatie. Elk jaar opnieuw moet je aantonen dat je nog steeds ziek bent. Alsof chronische aandoeningen spontaan zouden oplossen wanneer ze lang genoeg genegeerd worden.
Die “fysieke oproepingen” brengen stress met zich mee. Niet alleen praktisch, maar existentieel: je ziekte wordt herleid tot een dossier dat opnieuw moet worden geëvalueerd en goedgekeurd. Wie niet goed kan communiceren, wie cognitieve klachten heeft, wie angstig is, valt hier extra uit de boot.
Elk jaar opnieuw zou je moeten de nodige verslagen van artsen bij elkaar zoeken, terwijl je gezondheidstoestand vaak niet verandert. Elke keer weer één of meerdere doktersbezoeken extra, telkens weer je artsen moeten vragen of ze een verslag willen opmaken. Want als je geen verslag hebt, ga je nóg zenuwachtiger naar die controlearts.
Attesten als ritueel van wantrouwen
Daarbovenop komt de verplichting om attesten telkens opnieuw te laten vernieuwen. Alsof de arts plots zou zeggen: “Gefeliciteerd, uw chronische aandoening hield deze maand plots op te bestaan.â€
Het voelt als een ritueel van wantrouwen. Tijd en energie die naar zorg zouden moeten gaan, verdwijnen in administratie. Voor patiënten én artsen. Artsen, vertrouwenspersonen, die je daarnaast zou moeten verklikken als ze zouden frauderen. Wie niet verklikt, is medeplichtig en ook strafbaar. Waar gaat dit in hemelsnaam naartoe?
Het remgeld: kleine bedragen, grote symboliek
Dan is er het aangekondigde remgeld van 2 euro per doosje medicatie. Op papier een beperkt bedrag. In het echte leven, voor mensen die meerdere geneesmiddelen nodig hebben, tikt het aan.

Belangrijker nog is het signaal: ziek zijn mag, maar het moet liefst niet te veel kosten. Medicatie wordt zo niet langer een noodzaak, maar iets waar je moreel op afgerekend wordt.
Woorden doen ertoe
Minister Vandenbroucke haalde recent uit naar het gebruik van bepaalde medicatie, onder andere maagzuurremmers, met de suggestie dat mensen “pilletjes slikken als snoepjesâ€.
Taal is nooit neutraal. Wanneer beleidsmakers spreken over “overconsumptie†en “misbruikâ€, sijpelt dat door in hoe langdurig zieken bekeken worden: als verdachten in plaats van patiënten.
Het probleem is niet dat er gekeken wordt naar gepast medicatiegebruik. Het probleem is de toon. Die maakt van ziekte een morele fout. Die voelt beledigend aan.
Als ik mijn eigen verhaal als voorbeeld mag nemen: na mijn bestraling heb ik jaren gesukkeld met mijn maag en slokdarm. Dat ongemak werd heel traag steeds groter, maar ik stelde een bezoek aan de gastro-enteroloog uit omdat ik weinig zin had in de onderzoeken. Tot het niet meer houdbaar was. Bleek dat mijn slokdarm en maag heel zwaar ontstoken waren, hoogstwaarschijnlijk als gevolg van de bestraling die recht door mijn slokdarm ging. Daarvoor kreeg ik maagzuurremmers voorgeschreven. Ik heb een gruwelijke hekel aan die pillen, want ze zorgen voor een hongergevoel en ik heb sedert ik die pillen neem, mijn gewicht nog veel minder onder controle. Ik heb verschillende keren geprobeerd het gebruik ervan af te bouwen, maar het lukt gewoonweg niet. Slik ik die f*cking pillen als snoepjes? Euh nee, ik dacht het niet. Moet ik bestraft worden voor mijn gebruik ervan? Omdat het algemene verbruik ervan in België heel hoog ligt? Ik dacht het ook niet.
Leven onder een vergrootglas
Wat al deze maatregelen gemeen hebben, is dat ze langdurig zieken onder een vergrootglas leggen. Alsof rust, herstel en waardigheid privileges zijn die telkens opnieuw verdiend moeten worden.
Er wordt gesproken over activering, maar zelden over draagkracht. Over responsabilisering, maar weinig over vertrouwen. Over cijfers, nauwelijks over mensen.
Vele vrijwilligers en vrijgevige Vlamingen zamelden in de Warmste Week voor kerst geld in voor mensen die onzichtbaar ziek zijn. Enerzijds: blij met de aandacht. Anderzijds: de Warmste week klonk nog nooit zo fout. Die onzichtbaar zieke mensen worden opgejaagd en beschimpt, beschuldigd en gekleineerd. De politiek was nooit eerder zo weinig geïnteresseerd. Veel warme Vlaming is er niet meer te vinden, onze maatschappij wordt koud, ijskoud. Vooral voor de onderste laag van de bevolking.

Tot slot
Langdurig ziek zijn is geen identiteit die je kiest. Ons leven is niet maakbaar. Je hebt niet alles zelf in de hand. Langdurig ziek zijn is iets wat je draagt, elke dag opnieuw, vaak zonder applaus en zonder pauzeknop. In de marge, in de schaduw, onzichtbaar. In stilte. Een beleid dat dat vergeet, maakt het leven niet gezonder, enkel zwaarder.
Misschien begint echte activering niet met controle, maar met luisteren.



Laat een reactie achter bij ViefReactie annuleren