Vaste rubriek op zaterdag: week in beeld. Een greep uit de telefoonfoto’s die ik maakte van zaterdagochtend tot vrijdagavond. Soms eens een foto door Meneertje Mertens. De laatste tijd ook vaker foto’s met de Nikon. Maar vooral foto’s van mijn telefoon.
Vrijdagavond had ik afgesloten op een parking bij het Muziekbos in Ronse. In het veld naast ons stond een circus, wat zaterdagochtend bleek de locatie voor communiefeesten te zijn. Maar we stonden voorlopig niet in de weg, en konden vertrekken waarvoor we kwamen: een wandeling in het bos, op zoek naar de blauwe kousjes. Boshyacinten. Ze zijn een beetje all the hype, maar ze zijn ook zo mooi. Het Hallerbos is elk jaar opnieuw heel druk in deze periode, andere bossen zijn de rust zelve. Hoera.
Je voelt je toch maar een nietige luis in dat grote bos.

We zagen een toren, en Meneertje Mertens ging ‘m ook bekijken.


Bleek dus de Geuzentoren, het “onstaanspunt” van de naam Vlaamse Ardennen te zijn. Het verhaal lees je hier op de site van de Stad Ronse.
Van Stad Ronse gesproken, er liep ook een cameraman rond om beeldjes te maken van de blauwe kousjes voor een promofilm van de stad Ronse. We staan mee op de beelden, haha.
Ik vond dat we net op tijd waren voor de laatste bloemetjes, maar eigenlijk was het toch nét iets te laat. Bijna alles is uitgebloeid, en wat er nog was, was al aan het verpieteren. Er was hier en daar nog dat mooie blauwe waas, maar toch vager dan ik zou willen. Op foto komt het er nauwelijks uit. Volgend jaar beter! (dit jaar bloeiden de boshyacinten erg vroeg).

Daarna daalden we nog de Kanarieberg af…

… een plek waar ik nooit wil fietsen! Het is steiler dan het er op de foto uitziet.

De parking stond bij onze terugkeer al goed vol, dus besloten we meteen te vertrekken naar onze volgende bestemming, de jachthaven van Péruwelz. Was vroeger een betalende camperplaats met faciliteiten, nu zijn de faciliteiten er niet meer en kan je er gratis staan. Het is het soort plekken waarvan we houden: een beetje (nou ja, een beetje veel) onderkomen en niet echt mooi in de traditionele zin van het woord, maar rustig en aangenaam. En we houden van de regio.

Mijn zus was eerder al enthousiast over deze plek, dus ik stuur haar bovenstaande foto en vraag waar we zijn. Mijn schoonbroer kan meteen antwoorden. Ze vraagt hoe het is met de Chimpanzee. Quoi? Hebben we het over een schip of over de kat die ik zie lopen over de parking? Nee, het gaat over de boot. Mja, die ligt vervaarlijk heen en weer te drijven, en er hangt een papiertje aan de paal ervoor:

De meneer van de capitainerie ziet er niet echt happy uit. We maken nog een wandelingetje, kijken naar de scheepjes in diverse staten van ontbinding, wie wil er nu spic en span luxejachten? Wij niet. (wij willen gewoon geen boot, veel te veel onderhoud aan).

Daar zitten aalscholvers.

Ik doe de moeite niet om mijn camera uit te halen, ik denk: morgenochtend bij zonsopgang zitten ze er nog wel.

Niet dus: de volgende ochtend regent en waait het loeihard, geen mooie zonsopgang, en de aalscholvers zijn gaan vliegen.
’s Avonds rijden we via secundaire wegen en Vanomobil om te lozen naar huis. Want maandag moet ik weer op stap: afspraak in het Jan Palfijn bij mijn oude getrouwe oogarts. Het weer is nu wel schitterend, en mijn telefoon is een beetje enthousiast met het groen en blauw.

Het Jan Palfijn ziekenhuis. De wachtzaal was pure chaos, niks overdreven. De dienst oogziekten zit naast de dienst pediatrie, beide wachtzalen lopen zowat over, het is er een lawaai van jewelste en een constant komen en gaan. En het is weer maar eens meer dan een uur wachten. Zucht. Ik heb mijn boek wel mee, maar na een tijd heb ik het toch gehad met lezen. Het uitgebreide verhaal over mijn ogen kon je hier al lezen.

De dag nadien: meer van dat. Naar een radiologie-praktijk in Gent voor een echo van mijn voet. Mijn huisarts vermoedt Morton neurinoom, de arts die de echo maakt, ziet niks. Zucht. Er is wel degelijk “iets”. Dat wordt verder zoeken dus. Het station van Gentbrugge.

Maar kijk. Daar wordt een mens weer vrolijk van.

’s Namiddag maken we ons klaar voor een vrije dag en dus: erop uit trekken. Die zijn nooit meer in hun kot! Klopt. Maar eerst fiets ik snel eens tot aan mijn kapelletje, ik was bijna de foto voor april vergeten, gelukkig (en dankzij Goofball maar die weet dat nog niet) maakte ik nog een foto op 30 april in de namiddag. Living on the edge!

We zouden met Lili een dagje aan zee doen, maar daar kwam op het laatst nog een vergeten verjaardagsfeestje tussen, dus waren we met ons twee. Alternatief plan? Geen idee. Meneertje Mertens: “gaan we naar Péruwelz”? Ik: “Goed!”. Wij dus weer naar de jachthaven van Péruwelz. Maar eerst naar de fietsenwinkel, want daar stond mijn nieuwe fiets op me te wachten. Ja, deze twee hier zijn overstag gegaan voor een elektrische fiets. Vooral voor als we naar heuvelachtig (of bergachtig) gebied gaan, dan kunnen we tenminste eens met de fiets boodschappen gaan doen.
We gaan de fiets ophalen, vertrekken naar Péruwelz, en op woensdag gaan we een eindje fietsen. Het weer is ronduit schitterend, de lucht knalblauw, we fietsen in T-shirt en short, heerlijk! De elektrische fiets moest eens uitgetest worden, en maat, wat rijdt dat zalig jong, hahaha! Maar echt, hand op het hart, ik ga ook nog met de gewone fiets rijden hoor. Ik hoor hier en daar al gelach opgaan, jaja! Terug naar Péruwelz! We fietsen veelal langs het water.

En we komen al snel op bekend terrein: Péronnes. We waren hier al eerder, de laatste keer nog niet zo lang geleden.



Een deel van de fietstocht verloopt over terrein waar we al eerder fietsten. Toen heb ik gevloekt: licht oplopend, zon in mijn ogen, tegenwind en slecht fietspad: alle ingrediënten waar ik niet blij van word. Nu fietste ik al fluitend het vals plat over, haha.


Jep, met helm. Ik ook. Flink hè. (op de racefiets altijd, op de stadsfiets al heel wat minder tot niet)

Donderdag was een drukke dag, ’s avonds reden we naar Deinze. Daar wilde ik ’s morgens eens tot de Mariagrot van Bachte fietsen, maar continue regen en wind staken daar een stokje voor. Toen Meneertje Mertens terugkwam van het werk, vertrokken we naar een aangename, rustige camperplaats in Bassevelde. Het klaarde stilletjesaan uit, en Meneertje Mertens fietste over en weer naar huis. Ik fietste een kort rondje in Bassevelde, al een geluk dat de elektrische fiets mee is want anders had ik helemaal niet gefietst. Wat een wind.



Ik beloof op mijn plechtigecommunicantenzieltje dat ik echt nog met de gewone fiets ga fietsen hoor. Maar eerst moet dat weer echt wel wat beter.
Als uitsmijter nog een foto die ik tegenkwam toen ik iets zocht in mijn foto’s. Wat heb ik gelachen toen ik deze foto (van exact 20 jaar geleden) zag: Otto is twee druppels water Janna. Twee druppels water, echt. Zalig.




Zeg het eens?