Ik loop wat achter met mijn reis-blogberichten wegens crappy internet (het is nu toch al enkele jaren geleden dat we daar zo mee sukkelden) en veel te doen en weinig zin om de laptop uit te halen, maar dat is niet erg. Pro memorie: de Tour van de mannen is afgelopen, maar we gaan nog een paar ritten meepikken van de eerste Tour de France voor de vrouwen. We maken een lange verplaatsing van de omgeving van Rocamadour naar de champagnestreek. We houden niet van autosnelweg rijden, dus we zijn daar toch wel even zoet mee.

Maandag 25 juli

Meneertje Mertens had eerst het idee in de vroege ochtend te gaan fietsen, maar dat laat hij dan toch maar zo. We staan wat later op, gaan eens naar de zonsopgang boven het meer kijken, drinken een kop koffie en maken ons klaar voor de volgende verplaatsing richting Tour des Femmes.

215 kilometer rijden, heel goed te doen maar op het parcours gaan staan is geen optie. We zijn wel benieuwd hoe het allemaal gaat verlopen. Publiciteitskaravaan? Wegen afgesloten? Of gaat het allemaal wat simpeler zijn? Benieuwd.

Een roadbook vond Meneertje Mertens niet, dus moeten we het zonder stellen, wat toch net iets minder makkelijk is. Ik heb voor deze week ook niet echt veel voorbereid. We zien wel! Ik schrijf verslag, sukkel nog wat verder aan een blogbericht, in de hitte die we hadden heb ik erg weinig zin om lang op de laptop bezig te zijn. Ik haal later mijn schade wel in. Rond 8u vertrekken we richting een camperplaats in Connantre (regio Grand Est). We rijden door prachtig golvende landschappen.

Groen, geel, vanalles.

En toch ook wel wat wij mooie dorpen vinden wij. Bij champagne denk je aan veel geld, maar dat hebben ze hier toch ook niet allemaal.

Deze keer denken we echt wel door te rijden zonder al te veel onderbrekingen. Hoewel we dat echt wel moeilijk vinden. We weten altijd wel iets te bedenken. Nu we boodschappen gedaan hebben, de mobilhome gewassen, de was gedaan, adblue gevonden… moeten we precies toch wel eens tanken en als Meneertje Mertens iets ziet van een grote camper-dealer in Troyes, weet hij te melden dat we echt wel eens nieuwe blokken nodig hebben want de onze zijn kapotgereden. Och ja. En hebben we niks nodig van die Carrefour? Brood, want we vinden geen bakker. Allez hop, zonder kar de Carrefour binnen, want we hebben alleen brood nodig. We komen dan toch buiten met onze armen vol brood en croissants, aardbeien, kaas voor croques, melk want ah ja zijn melk was op, een pakje batterijen voor de afstandsbediening van de TV en toen was het echt wel genoeg want we konden niks meer dragen. Hehe.

Onze grijswatertank wil hij ook lozen. Daarvoor stoppen we op de Aire Municipale in Quarré-les-Tombes, maar daar zijn Fransen heel op hun gemakje bezig en laten zich voorrrrral niet opjagen. Niet dat ze zich moeten opjagen, maar een beetje voortdoen zou toch geen kwaad kunnen. Na 10 minuten vergeefs wachten rijden we verder. Onder enig gemompel, dat wel.

We rijden door Lucy-le-Bois, een dorp waar je zou willen wonen alleen om de naam al. We zoeken een bakker, maar vinden de niet. Uiteindelijk gaan we naar een Carrefour in Chablis, waar het hierboven beschreven tafereeltje zich afspeelt. We zoeken een parkingske, maar vinden niks. Gaan we maar in een boerenwegel op een geoogste wei staan. Ik kan er toch lekker puh mooie foto’s maken.

We rijden verder, en zien natuurlijk plenty bakkerijen en parkingskes nu, wat had je gedacht. En zo gaat het verder van de Chablis-streek naar de champagnestreek, over tergend slechte wegen door oh zo prachtige landschappen. Weids, geel, groen… prachtig.

Op de felgroene percelen blijkt hennep gekweekt te worden, als PlantNet me geen blaasjes wijsmaakt. En op de velden met paarse bloemen staat luzerne. (ja, we waren gestopt om foto’s te maken, zodat ik kon kijken wat wat was).

Na nog een eindje comfortabeler wegen belanden we in Connantre, waar we de camperplaats probleemloos vinden. Waar het gisteren sukkelen was om goed op de loosplaats te gaan staan, is het nu een fluitje van een cent. De camperplaats is mooi en groen met bomen, maar er is veel lawaai van een weg vlakbij. We eten brood met kaas, kijken naar de Tour des Femmes, en vinden dat de belangstelling voor deze rit toch niet echt heel groot is. We maken plannen voor morgen, ik communiceer met de betrokkenen over de plannen van vrijdag, ik maak twee blogberichten, we maken croque monsieurs…

… ik schrijf dit verslag en daarna gaan we slapen. 

Dinsdag 26 juli

Heerlijk geslapen (ik slaap eindelijk wat beter de laatste nachten), en rond 7u30 vertrekken we van de camperplaats naar het parcours van de Tour des Femmes voor vandaag.

Er zijn wat hellingen op het parcours van vandaag (een “hilly” rit), en we pikken in op het parcours net voor Vertus, net voor het tweede bergje (4e categorie). We rijden de berg op, zien hier en daar wat campers, aan de top staan er wat meer (een stuk of 5). Meer dan we verwacht hadden, eigenlijk.

We besluiten naar de volgende berg (3e categorie) te rijden. In het dorp (Le Mesnil-sur-Oger) blijkt dat we de berg niet kunnen oprijden. Volgt een beetje gesukkel: omdat we hiervoor geen roadbook hebben, het is allemaal wat minder voorbereid, dus het is zoeken. Op Google Maps vind ik redelijk snel hoe we weer naar het parcours kunnen geraken, en we rijden op smalle wegen, door bossen en tussen wijngaarden naar de Côte de Mesnil-sur-Oger.

Waar we verwachtten regelmatig achter een tractor met hoog opgetaste hooibalen te zitten, zien we die maar zelden, en hier rijden we al eerder achter wat Meneertje Mertens een spinnenkop noemt, ander woord voor een hooiwagen. Zijnde een lichte tractor op zeer hoge wielen, die zonder schade aan te richten in de wijngaarden kan rijden.

We rijden de klim naar beneden, en vinden er vrij gemakkelijk een plekje. Terwijl Meneertje Mertens op dat plekje manoeuvreert, komt de eigenaar van de wijngaard aangesjeesd, met de mededeling dat hij eigenlijk met vrienden op dat plekje wilde staan, maar dat we gerust op het wegje ernaast kunnen staan. Pas de soucis. Meneertje Mertens wordt nogal ambetant van dat soort dingen, en op dat wegje gaan we niet staan. Wat verder is een plekje waar we wel op ons gemak kunnen staan. Het is een heerlijk plekje: weinig verkeer en een prachtig uitzicht.

Het is bewolkt vandaag, en de wolken vormen een dynamisch schouwspel. We doen alles lekker op het gemak, en wachten af wat het gaat worden, deze eerste Tour des Femmes. Er lijkt toch meer belangstelling te zijn dan we gisteren op TV zagen, na een tijdje staat de hele weg bergop behoorlijk vol auto’s, veelal locals en mensen uit de ruime omgeving. Het is best wel plezierig zo.

We krijgen nog wat vlaggen van het departement (Marne) in onze handen gestopt, en wachten op de karavaan. Die is beduidend kleiner dan bij de mannen, maar het is toch iets. De kinderen schuin tegenover ons zijn wat ontgoocheld, Meneertje Mertens gaat nog eens in onze schuif grabbelen en raapt wat extra spullen bij elkaar, en samen met wat we vandaag toegegooid kregen, gaat hij dat afgeven bij de kinderen. Iedereen weer heel content.

We kijken naar de koers op TV, en tegen dat ze bij ons zijn, gaan we buiten staan. Het peloton passeert in een compact bolletje, met wat eenzaten er achteraan. Ik zie onze Belgische kampioene, maar veel meer vrouwen herken ik niet. We gaan terug in de camper verder TV kijken, maar dan blijkt er na een tijdje nog een renster te passeren. Toeme toch! Net zij verdienen de aanmoediging nog zo hard. We horen dat er nog op komst zijn, en blijven nu buiten staan tot iedereen gepasseerd is. Daarna kijken we verder.

De Fransen met hun auto’s zijn snel weg, de campers iets trager, maar er blijven er toch nog een pak staan tot de rit afgelopen is. Daarna pakken ook wij in, en keren terug naar de camperplaats waar we vannacht stonden. Onderweg stoppen we nog bij de Leclerc in Vertus (een deprimerende winkel deze keer, wat een verschil met die van Cahors). Nu gaan we enkel nog koken en  eten op de camperplaats (gingen we eigenlijk deze middag doen maar het werd ons te druk) en lozen. Daarna zijn we weer weg, naar het parcours van de volgende dag.

Het is een  50tal kilometer rijden, waarna we redelijk in het begin van het parcours staan. We beslissen tot aan de start van het “heuvelachtige” deel te rijden. Vaak heel mooi rijden, een hele tijd langs en zelfs tussen een meer door. We zien enorm veel windmolenparken.

Die parken worden nog uitgebreid, een windmolen in opbouw. Zo zien we er heel veel.

Wij rijden door de schaduw, de windmolens staan in de zon.

Na een tijdje begint het al goed bergop en bergaf te gaan. Bij Celles-sur-Ource is de eerste helling, weer bergje vol wijngaarden op. Het is behoorlijk steil. Boven staan wat campers, we besluiten ons erbij te zetten. Waarna we besluiten toch maar verder te rijden. Waarna blijkt dat er na de top een gravel-sectie is (een “strade bianche” want het gravel is wit, of een plugstreet zo je wil). We besluiten daar toch niet over te rijden, en keren terug naar het initiële plekje, waar we ons installeren. Geen satelliet deze keer, daarvoor staan we niet goed. We eten nog een yoghurtje, en kruipen in bed. Bij mij is het echt wel a room with a view, ik kijk uit op de wijngaarden, de lichtjes van het dorp in de diepte en een schitterend verkleurende hemel.

Verwante Berichten:

Misschien lees je dit ook graag:

3 reacties

Zeg het eens?

%d bloggers liken dit: