Op reis: Ansart (Tintigny)

Woensdag 5 mei

De wekker loopt af om 4u30. We hebben goed geslapen, kort na ons wandelingetje van gisteravond viel de wind en werd het veel stiller. We maken ons rustig klaar, er staat maar één camper een beetje verder, dus we hoeven ons geen zorgen te maken over het lawaai dat we maken.

Rond 6u vertrekken we naar de Gaume, zoals voorzien. Meneertje Mertens wil Sygic nog eens uittesten, ik ben sceptisch. En het draait uit op gewoon een kwartier aanmodderen: de madame van Sygic wil ons persé laten vertrekken via het aardewegje achter de camperplaats, en laten wij daar nu net geen zin in hebben. We willen gewoon via de grote weg vertrekken. Back to Google Maps dan maar. Ik krijg zo wel de kans nog een extra zonsopgang-foto te maken.

We rijden naar de Dats 24 in Doornik en tanken, waarna we verder kunnen. We zien de zon opkomen. Het is koud, maar droog. De wind is er nog, maar niet meer zo stormachtig als de dag voordien. We zitten in de buurt van Mons tijdens het spitsuur, en het is behoorlijk druk. Maar daarna wordt de route rustig en mooi. Ik heb een Colruyt uitgezocht om boodschappen te doen, zowat halverwege onze route. We zijn er rond 8u30, eten eerst ons ontbijt, en doen dan boodschappen. Dat was wel nodig! Onze koelkast is zo goed als leeg.

We lachen nog een beetje met onze Google dame, die de rue Saint-Donat verbastert naar Rue Saint-Donut. De Colruyt is in een deelgemeente van Walcourt, Chastres, wat dan weer een inside grapje is van onze Tour de France avonturen de laatste jaren. En Meneertje Mertens vindt het veiliger naar de Colruyt te rijden, want blijkbaar is de Carrefour in Walcourt gevaarlijk (zie het verkeersbordje “carrefour dangereux”). Moehaha. Flauwe mopjes rule.

Na de boodschappen rijden we via de Rue par delà l’eau (wie bedenkt die straatnamen toch) naar les Lacs de l’Eau d’Heure, waar we een beetje rondrijden voor de mooie uitzichten. Dan gaat het verder naar de Gaume. We rijden een stukje door Frankrijk, voor dat Franse vakantiegevoel. Jammer genoeg is het snel weer voorbij. We krijgen een gigantische hoosbui met winterse neerslag (win-ter-se-neer-slag op 5 fucking mei!!) over ons heen.

Maar daarna gaat het zonnetje weer schijnen. Four Seasons in One Day, het blijft toch wel iets dezer dagen.

We stoppen op een parking aan het bos van Daverdisse voor een kop koffie en een koekje. We rijden behaaglijk in het zonnetje verder, het microklimaat doet zich al gelden, lijkt ons, het is opeens 2 graden warmer. De volle 9 graden, stel je voor. We rijden vlot naar Camping Les Deux Eaux in Ansart (een deelgemeente van Tintigny), waar we even moeten zoeken naar de juiste ingang. Maar dan vinden we de receptie, waar we door een heel vriendelijke meneer die zijn best doet om Nederlands te praten, terug gedirigeerd worden naar waar we eerst arriveerden. Hij doet ons de uitleg, vertelt waar we kunnen staan (overal! kies maar! maakt niet uit!) en we zoeken een plekje. En zijn uitgelaten en content, want wat is het hier weer zálig! Niemand te zien! De camping voor ons alleen! En laat dat nu ook weer zijn wat we graag hebben. Schitterend.

De camping is oud en een beetje sjofel, maar dat vinden wij niet erg. Er is geen zwembad en geen animatie, maar dat vinden wij ook niet erg. Het sanitair is versleten, maar dat vinden wij ook niet erg (we hebben ons eigen sanitair mee). Het is hier rustig, we zitten in de natuur en tussen de vogeltjes, het is vredevol en stil, het is goedkoop (12,5 euro per nacht), dat hebben wij allemaal graag. We kijken waar we willen staan, en we installeren ons.

We staan naast een zijriviertje van de Semois.

We lopen eens rond en maken wat foto’s, waarna we weer lekker warm binnen kruipen.

We hebben wat we moeten hebben: water, mogelijkheid tot lozen, elektriciteit, de satelliet-TV werkt, we zijn content. We blijven hier tot maandagochtend, en ik bekijk eens wat we allemaal kunnen doen (gezien de slechte weersomstandigheden). We mogen gerust ook de camping afrijden met de camper, en weer terugkeren. Dus excursies met de camper zijn ook een mogelijkheid. En gezien het weer, misschien wel een noodzakelijkheid.

’s Avonds zien we de zon langs de ene kant van de camper ondergaan.

Langs de andere kant gieten de zonnestralen een rode gloed over de boomkruinen.

Donderdag 6 mei

We slapen vrij goed, één keer worden we wakker van de regen die nogal onstuimig op het dak klettert. De wekker staat niet vandaag, en we slapen tot 6u30, knap toch. We vinden het hier nog altijd zalig, de rust… wakker worden bij het ruisende riviertje en de kwetterende vogels.

Koffie, ontbijt, wat rondpotteren, en we besluiten vandaag wat rond te rijden met de camper en één en ander in de buurt te bezoeken, want de weersvoorspellingen zien er niet goed uit.

Een eerste deel van onze excursie brengt ons naar Chassepierre, wat één van de mooiste dorpen van Wallonië genoemd wordt. Ook bekend van het festival des Arts en als kunstenaarsdorp.

We rijden het dorp binnen.

Het dorp is heel mooi gelegen aan de Semois, wat idyllische plaatjes oplevert.

Ook mooi zijn de vele muurschilderingen.

Deze zagen we nog bij het buitenrijden van Chassepierre.

Daarna gaat het naar Torgny, al evenzeer bekend als één van de mooiste dorpen van Wallonië, daarbij ook het meest zuidelijk gelegen dorp van België.

Het heeft Provençaalse allures, die in het druilerige weer niet echt goed tot hun recht komen.

Maar we genieten van een korte wandeling in dit mooie dorp, ook al is het (net als Chassepierre trouwens) quasi uitgestorven. Deels door corona, deels ook door het weer, nemen we aan.

We nemen ook een kijkje op het kerkhof.

De bijen zoemen ijverig rond deze overwoekerde graven.

Op de (lege) busparking waar we staan, eten we onze boterhammen (zonder soep!), en ondertussen gaat de malse regen over in stevige regen. We rijden door naar de Trou des Fées, maar gaan toch wat beter weer afwachten om dat eens te bezoeken. Geen zin in een wandeling in de regen, maar ook: gaat ook niet echt tot zijn recht komen in de regen.

Waarna we verder rijden naar de abdij van Orval. Niet dat we die echt willen bezoeken, maar we willen die toch eens gezien hebben. Een beetje een maat voor niets: het giet ondertussen, en er zijn werken waardoor er verschillende vrachtwagens staan te wachten om hun lading te droppen. We druipen dus nogal onverrichterzake af.

Onze laatste stop wordt het Franse militaire kerkhof in Rossignol (ook deelgemeente Tintigny). Voor de gesneuvelde soldaten willen we ons wel in de regen begeven. En opnieuw is het een begraafplaats die naar de keel grijpt.

Zoveel jonge mannen. Ook zij zijn allemaal baby geweest, kind geweest, met ouders, en broers en zussen en geliefden.

Daarna keren we terug naar de camping, waar ons plekje nog open is. Waar eigenlijk verder gewoon niemand is. We zitten wat op het gemak, waarna we in de vooravond soep en avondeten maken. Ondertussen is er een campervan bijgekomen, stel je voor! Vannacht gaan we hier dus niet helemaal alleen staan. De regen is ondertussen ook opgehouden, en we hopen voor morgen op beter weer.

Verwante Berichten:

35 reacties

      1. Wij hebben onze fietsen mee in de garage, en we hadden een extra fiets mee om eventueel eens boodschappen te doen. Maar dat is er dus niet van gekomen. Blame the weather. Eventueel nemen we later ooit twee elektrische fietsen mee, maar meer dan dat zal het nooit worden.

        1. Het voornaamste is dat je niet altijd met die grote bak je verplaatsingen moet doen hé. Lijkt me niet zo handig als je, zoals mijn schoonfamilie, in kleine dorpjes in het Spaanse binnenland gaat kamperen.

          1. Is zo. We weten ondertussen erg goed wat we wel en niet kunnen met het grote zeilschip. Kleine straatjes in dorpen vermijden we, net zoals binnenrijden in grote steden. Dat laatste doen we niet graag.

    1. Vinden wij geen nadeel. Vinden we in deze corona-omstandigheden net makkelijk: we hebben alles mee. Lunch, iets opwarmen als we willen, toilet ter beschikking… zalig vinden wij dat zo.

  1. Die dorpen zo mooi en uitgestorven. Zoals door jou beschreven en gefotografeerd spreekt het gebied me aan op de weersomstandigheden na dan. Ik stuur een zonnetje vanaf hier.

    1. Wij houden van dat rustige 🙂 De Lacs de l’Eau d’Heure zijn inderdaad erg mooi, in een mooie omgeving. Maar ik denk niet dat jij er wil fietsen, fellow salonfietser 🙂

      1. Oei, echt? Die vriendin van me zei dat het ideaal was om te fietsen (maar die fietst zelf niet). Neenee, we houden het bij het vlakke Vlaamse land.

        1. Ja, wat ik ervan gezien heb (we gingen er eerder al eens naar de Baloise Tour kijken ook): behoorlijk steil. Misschien zijn er wel vlakkere fietspaden vlakbij het meer, maar door er vlakbij rond te rijden, is mijn goesting om er mijn fiets uit te halen, al behoorlijk bekoeld.

  2. Ha, les Lacs de l’Eau d’Heure! Een paar jaar geleden heb ik erin gezwommen. Dat was een aparte ervaring, want de karpers pulkten gedurig aan mijn lijf. Zeer mooie streek aldaar!

  3. Wat doe je mij verlangen naar de Ardennen! Prachtige sfeerimpressies.
    Normaal gezien logeren wij (buiten coronatijd) twee keer per jaar in het huis van mijn broer nabij Lacs de l’Eau d’Heure. Nu heb ik écht heimwee…

      1. Yep. Het weekend van 11 juni. Ik word eerst nog gefpizerd voor de tweede keer (in de ochtend). Daarna rijden we door.
        Nu maar hopen dat ik geen bijwerkingen heb…

        1. Fijn! Dat weekend gaan wij naar Zeeland 🙂
          Op voorhand een Dafalgan nemen, wordt er aangeraden voor de tweede prik. Ik ben ook wel wat op mijn hoede voor de tweede.

          1. Ik wens je nu alvast een heerlijk weekend Zeeland. Waar en wat en hoe, zal ik achteraf nog wel horen!
            De vorige keer heb ik ook een Dafalgan genomen. Ik ben wel drie dagen doodmoe geweest, maar verder geen bijwerkingen.

            1. Je zal er wel iets over zien 🙂
              Ik heb niks last gehad van die eerste, alleen wat pijn in mijn arm. Ik hoor wel veel klachten over de tweede. Anderzijds heeft Herman er geen last van gehad, dus dat kan ook.

  4. Het weer is echt drama voor mei! Heel jammer want deze prachtige dorpjes zijn gewoon een zonnetje waard. Maar de foto’s liegen er niet om, echt héél mooi daar. Het vreemde aan de Franstalige straatnamen ontgaan mij geheel, ik spreek en/of lees geen woord Frans. ;-(
    Ik ga duimen dat het wat beter weer gaat worden.

    1. Die dorpjes moeten echt prachtig zijn in het zonnetje. Dat Provençaalse gevoel komt er dan veel meer uit.
      Die straat in het Nederlands zou zoiets zijn als: de Hetwaterisnaardaar!straat 🙂

  5. Lang leve de camper, zeker met afwisselend weer een feest om met rond te toeren.
    Zo zie je toch veel van de omgeving op een prettige manier. Hans

  6. Ik onthoud toch het prachtige Chassepierre en Torgny. Heel erg mooi.
    Prachtige dorpjes en ik hou van de muurschilderijen.
    Ik heb weer genoten van jullie prachtige foto’s.
    Je verslag vertelt weer hoe content jullie zijn.

Zeg het eens?

%d bloggers liken dit: