Fietssnelwegen in Vlaanderen. De theorie is mooi, de praktijk is vaak bedroevend tot frustrerend. In dit reeksje belicht ik elke week een verkeerssituatie die niet op een fietssnelweg hoort, en maak de vergelijking met een autosnelweg. Onderaan deze blogpost vind je de definitie van een fietssnelweg volgens Wikipedia, en een lijstje met voorgaande blogposts.
Deze week: obstakel op de fietssnelweg.
We fietsen nog steeds op de fietssnelweg F4 in Destelbergen, in de Haenhoutstraat, in de richting van Gent. Vóór het rond punt (Vissershoek) splitst het tweerichtingsfietspad op en kom je geen tegenliggers meer tegen. Maar dan is er opeens dit:
Een huis op het fietspad. Een wel vaker voorkomende situatie in Vlaanderen (ik moet dan altijd denken aan een fietspad in Kluizen, waar het nog smaller wordt, maar dat is geen fietssnelweg) waar men dan gewoon maar een semi-uitstulping maakt rond het huis. Zodat de illusie ontstaat dat het fietspad niet versmalt. Het is een illusie uiteraard, het fietspad versmalt wel degelijk.
Je moet je eens proberen inbeelden dat je op de E40 van Brussel naar Gent rijdt. Er staat een rijtje huizen op de pechstrook, en het eerste huis staat een meter op de eerste rijstrook. Op de hoek van het huis staat een bord. De lijnen van de eerste rijstrook worden een beetje naar rechts gelegd. Vinden we dat OK voor een autosnelweg? Ik dacht het niet. Op een fietssnelweg passeert dit geruisloos.
Stay tuned voor een volgende illustratie van het begrip fietssnelweg, volgende week!
Aflevering 1: Tweerichtingsfietspad
De definitie van een fietssnelweg volgens Wikipedia:
Fietssnelweg, snelfietsroute, snelle fietsroute en in Vlaanderen ook fiets-o-strade zijn informele benamingen voor een fietspad dat is bedoeld voor langeafstandsverkeer.
Maar eigenlijk, nog volgens Wikipedia, is er geen definitie van een fietssnelweg.
Er is geen officiële definitie van een fietssnelweg. Tot de door overheden en verkeerskundigen genoemde kenmerken van een zo’n route behoren afwezigheid van gelijkvloerse kruisingen met gemotoriseerd verkeer, beter wegdek (bij voorkeur asfalt of beton) en afwezigheid van verkeerslichten. Tevens zijn fietssnelwegen doorgaans voorzien van een breder wegdek dan standaard fietspaden en worden scherpe bochten en omwegen in het tracé zo veel mogelijk vermeden. Vaak volgt een fietssnelweg het traject van een spoorweg, dat biedt een zo kort mogelijke route met een minimum aan kruisingen.
Fietssnelwegen worden genoemd als middel om files in het autoverkeer tegen te gaan. De verbetering van de fietsinfrastructuur kan de fiets een aantrekkelijker alternatief voor de auto in het woon-werkverkeer maken.



Zeg het eens?