Ik ben een introvert. Ik heb stilte nodig.
Introverten zijn niet noodzakelijk verlegen, saai en asociaal. Introverten hebben stilte nodig om zich op te laden.
Een extravert doet energie op door zich in groep te begeven, door feestjes, door teambuilding activiteiten. Een introvert wordt leeggezogen door deze groepsactiviteiten, en moet achteraf in stilte en rust kunnen recupereren.
Maar: in onze maatschappij is lawaai het nieuwe normaal geworden. Alles wat een mens dezer dagen doet, maakt lawaai. Constant vliegverkeer boven ons hoofd. De eeuwige stroom verkeer op de autosnelwegen. Het lawaai van de industrie. Auto’s en moto’s met lawaaierige uitlaten. Grasmaaiers. Mensen die midden in de nacht met veel lawaai thuiskomen van een feestje. Luide muziek. Dokkerende skateboards.
Als je met deze eeuwige stroom van lawaai een probleem hebt, word je al snel afgedaan als asociaal. Je bent onverdraagzaam. Je gunt mensen hun pleziertje niet.
De extravert domineert de wereld, de introvert wordt weggezet als saai, in het beste geval. Onverdraagzaam, in het slechtste geval.
Lawaai is nochtans het nieuwe normaal. Kijk naar pakweg 100 jaar geleden. 150 jaar geleden, al helemaal. Was er toen zoveel lawaai? Ik dacht het niet. Wij gedragen ons nu alsof gemotoriseerd verkeer altijd bestaan heeft. En dat iedereen daar maar mee om moet kunnen. Dat iedereen het lawaai van een kapotte knalpot moet beschouwen als de heerlijke muziek van de vrijheid.
Well I don’t, do you mind? Blijkbaar wel. Maar ik heb er een gloeiende hekel aan. En hoe ouder ik word, hoe groter die hekel wordt. En neen, ik ben niet dat mens dat de pest heeft aan het lawaai van spelende kinderen op de camping. Ik zorg ervoor dat ik een kleine en rustige camping boek, zonder die 3 zwembaden en randanimatie. Ik ben niet degene die 20 keer belt naar de politie omdat er teveel lawaai is bij het café, omdat ik ergens ben gaan wonen waar geen cafés of restaurants kunnen komen. Je kan namelijk ook je voorzorgen nemen en goed nadenken over wat je gaat doen, zodat je het lawaai kan beperken.
Alleen: er is veel lawaai waaraan je niet kan ontsnappen. Dat lawaai van die knalpot, dat lawaai van die mensen die midden in de nacht met veel lawaai thuiskomen. Als je ‘s morgens om 6u veel lawaai maakt op straat, hangt er al snel iemand uit het raam om te roepen dat het wat stiller moet want dat ie wil slapen. ‘s Avonds om 22u moet je dat niet doen, want dan ben je asociaal.
Zijn wij als mens gemaakt om met dat vele lawaai om te kunnen? Ik denk het eigenlijk niet. Ik denk dat wij veel van onze natuur verloochenen, en dat we daar soms echt de nefaste gevolgen van dragen. Niet alleen lawaai, maar ook het teveel aan licht, bijvoorbeeld. Kunstlicht is een al even grote vuiligheid als lawaai. Ga eens naar een plaats waar het ‘s nachts zo donker is dat je met de gordijnen open kan slapen. En waar het echt stil is. En observeer eens hoe je dan slaapt, in absolute stilte en het donker.
Eén van de voordelen van deze coronacrisis is dat het veel stiller is buiten. Geen vliegverkeer boven ons hoofd. Veel minder gemotoriseerd verkeer. Veel minder lawaai op straat ‘s nachts. Ik geniet daarvan. Ik geniet daar enorm van. Ik kan hier ‘s morgens vroeg in mijn zetel zitten en luisteren, naar de stilte. Naar het getik van de regen op de ramen. Naar de vogeltjes die fluiten.
Er zijn heel veel nadelen aan de coronacrisis. Maar dit is een voordeel. Een groot voordeel.
Maar ik maak me weinig illusies. Het lawaai, dat komt terug. Full force. Want lawaai, dat is normaal. We moeten daar maar tegen kunnen. Ook de introverten. En als ze dat niet kunnen? Tja, dan moeten ze maar oordopjes insteken of een noise cancelling hoofdtelefoon kopen zeker?


Laat een reactie achter bij rietepietzReactie annuleren