Op reis: Saint-Just / Pyreneeën

Dag 13 – woensdag 12 juli

Onze ochtendroutine verloopt steeds vlotter, wat ervoor zorgt dat we al vóór 8u klaar zitten om te vertrekken. Om 8u01 rijden we onze kampeerplaats af, gaan we nog het chemisch toilet en de vuilwatertank lozen, en breng ik de verlengkabel en de zwem-armbandjes terug. We waren erg tevreden over de Camping des Lacs: heel groen en mooi, ruime plaatsen, vriendelijke beheerders, sober en oud maar net sanitair. Er staan ook huisjes en van die gezellige pipowagentjes die je kan huren.

En daar gaan we, richting Pyreneeën. We moeten ongeveer 600km doen in totaal, en daarvan doen we er liefst 300 per dag ongeveer. We vorderen van in het begin maar traag. We zijn al later weg dan ons lief is (maar dat wisten we op voorhand, zo gaat dat nu eenmaal als je op een camping staat), we moeten nog ergens zien geld af te halen, te tanken en wat boodschappen te doen.

We vinden in een dorp een bankautomaat, gaan naar de Lidl in Saint-Marcellin. De route is ook absoluut niet wat ik ervan verwacht had. Ik had gehoopt wat langs de Isère te rijden, en wat mooie bruggen en zo te zien. Maar dat blijft allemaal heel beperkt, we rijden vaak door heel Vlaams aandoende voorsteden met lintbebouwing en baanwinkels. We zien altijd dezelfde winkels tot we ze meer dan beu zijn. We doen elke grote stad aan waar we langskomen (wat in eerdere ritten niet zo was, daar slaagden we er bijna altijd in de steden te vermijden), nu zien we Romans-sur-Isère, Montélimar, Valence en vooral Nîmes van veel dichterbij dan ons lief is. De ring rond Nîmes is een gruwelijk onding met het ene rond punt na het andere. Frankrijk heeft een overvloed aan ronde punten, maar dit is er gigantisch over. We zijn het echt beu en zitten te zagen tegen elkaar: het is hier niet mooi, we rijden door alle grote steden, veel te veel winkels, zoning industriel, zoning artisanal, veel vrachtwagens, weinig schaduw, weinig plaatsen om even te stoppen. In de zoektocht naar een plaatsje om te stoppen wijken we van onze route af, en rijden we ons helemaal vast. We hebben het er helemaal mee gehad, ik heb absoluut geen zin om in Montpellier (de Franse Pellenberg, zegt Meneertje Mertens) verzeild te geraken en zoeken een camperplaats. We nemen het risico om naar een particulier in Saint-Just te rijden. 5 plaatsen, bij een Nederlander. Dat blijkt uiteindelijk goed uit te draaien, we hebben een zalige plaats, gewoon in de tuin bij inderdaad een Nederlandse meneer, voor 10 euro mogen we een nacht staan, inclusief elektriciteit en water.

Het is loeiwarm maar het waait en het is droge hitte, dus het is te doen. We krijgen nog 2 meloenen van de Nederlandse meneer ook, en een pot mosselen. Klaargemaakt en al. Meneertje Mertens doet zijn best om er flink van te eten, ik lust geen mosselen. We eten brood met kaas en fruit, gaan nog een wandelingetje maken in de buurt (brousse, hol van pluto, weinig huizen, wel ronde punten, al zijn het kleintjes), en gaan dan slapen. Het was erg heet, maar zodra de zon zakt, koelt het af. Het waait ook hard, ’s nachts koelt het serieus af. Deze heerlijk rustige avond zorgt ervoor dat we het weer helemaal zien zitten.

Dag 14 – donderdag 13 juli

Ook vandaag een rij-dag. We vertrekken vroeg van de particuliere camperplaats, we zien de zon opgaan en zien heerlijk mooie blauw-oranje-roze-paarse luchten vanuit de wagen.

We hebben besloten onze route om te gooien, want de weg in de buurt van de kust zint ons voor geen beetje. We rijden meer omhoog, en rijden natuurgebied in. Eens we Montpellier voorbij zijn, wordt het rustiger, en kunnen we lange stukken na elkaar rijden, niet om de 3 kilometer onderbroken door een dorpje. Het is ook veel mooier, we zien prachtige landschappen, bergen, dalen, bruggen, rivieren, bossen, bomen, veel bomen… hoe vaak zeggen we niet dat we blij zijn dat we geen autosnelwegen nemen, anders zouden we al dit moois niet zien. We vlotten vandaag veel beter. Het is nog maar 8u30 als we al honderd kilometer gereden hebben. We stoppen voor een kop koffie, we houden een sanitaire stop, we stoppen aan een artisanale bakkerij voor een brood en 2 croissants. We gaan naar een gigantische Carrefour in Carcassonne voor kaas en water (en uiteindelijk nog wat dingen maar goed). We willen vandaag op het parcours gaan staan van morgen, en zoeken een 30-tal kilometer voor de plaats op het parcours waar we willen starten, naar een serviceplaats om de tanks te legen. Die vinden we in Pamiers (ze hebben daar ook palmbomen), waar we eerst ook tanken. De serviceplaats is bij een dealer van Fiat en diverse merken mobilhomes, we vinden het vlot en alles gaat erg lekker.

We stoefen al eens graag, dat we dat toch wel goed doen hè. We willen naar een plaats Serres-sur-Arget, gevonden via de app van de Tour. Vanuit Pamiers belanden we al snel op behoorlijk smalle wegen, waar we al een klein beetje zenuwachtig van worden. Maar dat is maar het begin. We rijden de Col de Port op, en dat is een heel smal wegje. Meneertje Mertens durft niet denken aan een tegenligger kruisen. Maar dat gebeurt ook niet: er komt geen verkeer uit de tegengestelde richting. We rijden de berg op, en rijden de berg op en rijden de berg op en… dat blijft maar duren! Waar is die top? Zijn we nog aan het klimmen? Ja, we zijn nog aan het klimmen! Allez, zitten we nog op het parcours? Yep, daar hangen vuilniszakken, we zitten nog op het parcours. Het wordt mistig, het wordt koud. Ongelooflijk dat we gisteren op dit uur in een temperatuur van 37 graden reden, nu is het hoop en al 15 graden. Als we uiteindelijk de top bereiken, is het chaos. Er staat een camion met nadarafsluitingen, wij moeten achteruit zodat hij vooruit kan om zich te positioneren om achteruit te rijden.

Hij rijdt een 300-tal meter achteruit (chapeau!), en dan kunnen wij er voorbij. Wij en een sliert andere voertuigen achter ons. We duiken meteen de afdaling in, een ontiegelijk smal weggetje, waarbij het Meneertje Mertens om het hart slaat als hij denkt aan tegenliggers. We zijn nog geen 100 meter ver als de eerste tegenligger zich aandient. En de tweede. En de derde. Bloed, zweet, tranen, maar het lukt, zonder schade en zonder de dieperik in te gaan. We rijden een eindje naar benee en verzeilen achter een veegwagen. Een veegwagen. Tiens. Dan zitten we wel nog op het parcours (want daaraan waren we gaan twijfelen, gaan ze die renners echt langs hier naar boven jagen? Ja dus). We denken dat tegenliggers kruisen achter die veegwagen een makkie zal zijn. Dienen zich aan: een wagen van de gendarmerie en nog een tegenligger. Blijkt dat toch niet zo simpel te zijn. Nog meer bloed, zweet en tranen. Maar het blijft lukken, zonder accidenten. Kort erna slaan we af op een grotere weg, waar het weer chaos is. toch allemaal povertjes georganiseerd, als je het ons vraagt. Waarom mochten wij überhaupt nog die berg op? Nu ja. We rijden verder naar beneden (daar waar de renners dus bergop gaan komen), zien weinig geschikte plekken, en wat geschikt lijkt, daar zijn we te snel voorbij. Ons keren en de berg terug op rijden, durven we niet echt. In het dal zien we een grotere parkeerplaats waar al campers staan, we rijden erop, twijfelen, en rijden toch nog verder. Het dorp door… smal! Aaaaargh! Stress! En dan verder. Waar ik dacht dat er wel een aantal kilometers dal zouden zijn waar we een plaatsje kunnen vinden, is het meteen hoppakee! De volgende berg op! Neen! Ik wil dat niet! Uiteindelijk opteren we ervoor een plaatsje te zoeken op de afdaling. Vinden we ook. Maar dat blijkt aan de overkant van een “dechetterie” te zijn.. het ruikt er naar vuilnis en er zitten veel vliegen. We staan er ook moederziel alleen en daar hou ik niet van. Ik wil terug, ik wil naar die parkeerplaats. Dat doen we dan ook maar, en we vinden er nog plaats tussen een hoop Fransen. Het is niet helemaal ons ding, zo tussen een hoop volk, maar voor een keer zal het wel lukken en ik voel me er ook veilig om te nacht door te brengen. En morgen zien we wel wat het geeft. Het uitzicht is alvast fantastisch. Wie had dat gedacht, dat we in de Pyreneeën zouden belanden! We maken nog een wandelingetje en kuieren eens over het plaatselijke kerkhof, en kruipen in ons bed.

Het zicht vanuit onze camper:

Wat is het hier mooi!

Verwante Berichten:

4 reacties

  1. Frankrijk is een aaneenschakeling van holen van Pluto vind ik, Yo 🙂 (ik vind ze trouwens fantastisch, groen en mooi en geen mens of auto te bekennen)

  2. Saaie, spannende en ook veel mooie rij belevenissen. En een aardje naar je moertje: “om 8u01 rijden we onze kampeerplaats af”. Bij haar zit daar meestal iets in van “we zijn te laat weg”.

    1. Ik was ondertussen ontspannen genoeg om het niet als “te laat weg” te beschouwen. Maar wel een aardje naar mijn moertje ja, dat is een feit 🙂

Zeg het eens?

%d bloggers liken dit: