Al jaren trekken de Vlaamse Ardennen in het voorjaar aan mijn mouw, in de wetenschap dat het er een paar weken toverachtig mooi is. Zo ook dit voorjaar, maar we hebben het nu niet altijd te kiezen, dus voelde ik het momentum voorbijgaan.
Maar toch. Er waren dan toch een paar dagen dat we erop uit konden, en seize the day en plukt het bloemeke en profiteer van elk moment en maakt veel foto’s en laat die bloemekes vooral met rust en trampelt niet door het bos, dus reden we naar Oudenaarde om te kijken of er in het Koppenbergbos nog boshyacinten te vinden waren.
En die waren er nog. Nog nét. Je ziet het verval intreden en het was niet meer die blauwe zee, maar deze hier was blij en tevreden. En voor er commentaar komt: natuurlijk bleven we netjes op de bospaden.

Maar zoals gezegd, die blauwe zee van bloempjes was er niet echt. En het licht was ook te fel, we waren er pas kort voor de middag.

Maar toch waren er nog mooie foto’s te maken. Een mens moet ook het verval omarmen.



Beauty is in the eye of the beholder zeggen ze, hè?

En ge moet het allemaal een beetje willen zien natuurlijk.

Hoe fotografie soms gaat bij mij: ik sta redelijk ver van het bloemeke, zoom in, en zie pas achteraf bij het bewerken dat er een schoon beestje op dat bloemeke zit.

(ik fotografeer volledig op manueel, ondertussen kan ik het niet meer anders, maar laat ons duidelijk zijn: focussen gaat op auto).

Het was op het randje, fris en fruitig waren de boshyacinten niet meer, maar ik ben toch blij dat we er geweest zijn en ook blij met de foto’s.

We keerden nog eens terug voor foto’s in het gouden uur, maar dat draaide anders uit. Volgende week meer dus.


Laat een reactie achter bij JokeReactie annuleren