Een vaak gehoorde opmerking als je een fototoestel bij je draagt is: “Je bent niet aanwezig als je door de lens kijkt.” Het idee is dat de camera een soort filter vormt tussen jou en de werkelijkheid, dat je afstand neemt van het moment omdat je bezig bent met compositie, instellingen, scherpte en belichting. Het klinkt logisch: wie met één oog door een zoeker kijkt, kijkt niet voluit naar de wereld rond zich.
Voor mij voelt dat juist helemaal niet zo. Voor mij is fotograferen juist een manier om volledig in het moment te zijn.
Bij een zonsopkomst, een wandeling in een bos of gelijk waar in de natuur, gebeurt er iets opmerkelijks. De lens helpt me te vertragen, scherper te kijken, elk detail op te merken dat ik anders misschien mis. Het is geen afstand nemen, het is meer zien, voelen, zijn. In het moment zelf. Niet meer denken aan wat nog komt, wat geweest is. Geen carrousel meer in mijn hoofd van “ik moet nog dit en ik moet nog dat en dan dat en wanneer ga ik dat allemaal doen”.

Eigenlijk is het een soort tegenstelling: hyperalert, maar tegelijk vertraagd. Ik ga helemaal op in wat ik aan het doen ben.
Fotografie is een vorm van aandacht. Rondkijken en rondstappen om het juiste punt te vinden voor een goeie compositie, wachten op het juiste licht, hopen (soms vruchteloos) dat er een vogel (of een vliegtuig, haha) zal voorbijvliegen, het besef dat alles tijdelijk is – dat maakt het moment intenser. In plaats van afwezig te zijn, ben ik er volledig.

Wel met de gedachte dat alles inderdaad tijdelijk is, maar dat alles (wat ik fotografeer) ook terugkomt. Er komt nog een zonsopgang, er komt nog nevel, er komt nog een lente, er komt een nieuw moment om de boshyacinten te fotograferen. Dat die goede (soms perfecte) omstandigheden echt wel eens mijn pad kruisen.
Fotografie is een soort mindfulness, een vorm van therapie. Net als naaien dat kan zijn voor mij, of schrijven, of fietsen. Of bloggen.


Laat een reactie achter bij Sabine VerburgReactie annuleren