Ons huis. Onze thuis. Our house, in the middle of our street.
Ik heb me hier enorm thuis gevoeld. De kinderen naar school brengen, terugkomen in een leeg huis, de geur opsnuiven van ons eigen huis, onze thuis, en me content voelen. Zoiets.
Er is hier zoveel gebeurd. Een goeie 28 jaar geleden kwam ik thuis met een bakje met een baby in, zette ik dat bakje op tafel en dacht: “wat moet ik nu doen?”
Maar kijk, ze is hier groot geworden. Haar broer ook. Haar plusbroer en -zus ook.
Ooit kochten mijn ex en ik het huis, voor een belachelijk laag bedrag, als twee jonge snotters, nog geen 23 jaar. Er werden wenkbrauwen gefronst, we werden scheef bekeken: “gaan jullie dáár wonen??”
Yep. In de stad, in de buurt van de Dampoort, een onderkomen buurt, tussen mensen van andere origine, maar ook tussen de oude, echte Gentenaars. En ook letterlijk oude Gentenaars, hier woonden veel oude mensen.
Het was hier stil, ’s avonds was het hier pikkedonker aan de andere kant van het blok huizen. Allemaal oude menskes, die ’s avonds in hun keuken TV zaten te kijken, niet te veel lichten aan, en vroeg gingen slapen.

Het huis had meer dan een opfrisbeurt nodig, dus verbouwden we en trokken erin toen het nog niet helemaal af was. We leefden boven. De ramen zaten nog niet in de keuken, mijn ex moest weg voor het werk, ik zat hier een beetje benauwd alleen.

Ik ben hier gelukkig geweest, ik ben hier ongelukkig geweest. Getrouwd waren we al, we kregen kinderen, ik werkte thuis om hen zelf te kunnen opvoeden, ze gingen naar de Wijze Boom. (<== leuk filmpje met Jan Matthys en als de Wijze Boom je genegen is, zeker eens kijken, er komt een bekende figurant in voor).
Ex en ik gingen uit elkaar, ik bleef hier wonen met de kinderen. In deze fijne buurt, waar alles was wat ik nodig had. Ik kon me perfect uit de slag trekken zonder rijbewijs, met af en toe wat hulp van een lieve fee (in de vorm van Herman) om eens uitgebreid inkopen te doen. School, winkels, post, huisdokter, park, natuur, Gent centrum, het was allemaal te doen te voet of met de fiets. De lagere school De Wijze Boom werd in de loop der jaren vervoegd en uiteindelijk vervangen door BuBao Sint-Gregorius, het Ooievaarsnest, de Holstraat, de Wispelberg, het Sint-Vincentius.
Deze buurt heeft het dorpsgevoel in de stad. De buren kennen elkaar. Doen al eens iets voor elkaar. Hebben een sleutel voor als ik de mijne vergeten ben. Of om de post uit te halen als we weg zijn. De buren weten ook veel van elkaar. We moeten niet altijd iets vertellen opdat ze het zouden weten. Dat van dat lopend vuurtje, weet je wel. Dorpsgevoel. En ook nog: een eindeloze stroom verhalen over onze overburen. En vaste passanten die een bijnaam krijgen, zoals ’t Ziepken (een verhaal op zich, dat).
Ondertussen kwam Meneertje Mertens er ook bij. Vanuit het verre Londerzeel. Afstanden werden gereden om elkaar te kunnen zien. Hij leerde hier parkeren, in die smalle straat met de hoge parkeerdruk.

Onze buurman met plat Gents accent deed al eens een babbeltje met hem, waarna Meneertje Mertens tegen mij zei: “ik heb een babbeltje gedaan met Etienne, maar ik verstond er niets van, heb maar overal ja op geantwoord”. Ik lag in een deuk. Dat is ondertussen beter, Meneertje Mertens is nu thuis in het Gents.
In 2007 waren we het slepen met gerief en het LAT-en beu, en verhuisde Meneertje Mertens definitief naar hier, met Jens en Lies. Woonden we hier met zes mensen. Bakske vol, kan je gerust zeggen. Drukke, bijwijlen woelige jaren, waarin grote kookpotten gebruikt werden en het passen en meten was om alles en iedereen in dit huis gepropt te krijgen.
Na 2012 (of was het 2011? ik ben niet goed in die jaren bijhouden, ze vliegen zo voorbij) zakte het aantal inwoners van dit huis gestaag. Jens ging bij zijn mama wonen. Janna en Florian gingen samenwonen, eerst in een appartement om de hoek, later in een huis en daarna een appartement en dan nog een huis, maar ze wonen nog steeds in Sint-Amandsberg. Milan en Sara gingen samenwonen, in Schellebelle, en verhuisden naar Wetteren. En zo bleef Lies nog alleen over, tot ze verhuisde naar Aalst en daarna naar het centrum van Gent.
Ondertussen is onze buurt (Heirnis – Dampoort) al lang niet meer wat ze vroeger was. Er heerst nog veel armoede, dat mogen we zeker niet uit het oog verliezen. Maar de buurt is ook opgewaardeerd, er wordt niet meer met gefronste wenkbrauwen gereageerd als je zegt dat je hier woont, wel integendeel. Het is een hippe en gegeerde buurt geworden, er worden aan de lopende band huizen gerenoveerd, er wonen nu veel jonge gezinnen. En de prijzen van de huizen swingen de pan uit, laat ons eerlijk zijn.
Dit huis is zo stilaan veel te groot voor ons twee. Twee verdiepingen staan zo goed als leeg. Of in ieder geval, we komen er weinig. Een idee groeit in ons hoofd.
Ik heb heel lang gezegd dat ik een stadsmens ben, en dat ik altijd in de stad zou blijven wonen. Vreemd genoeg klopt dat niet. De laatste jaren was het steeds meer op, dat stadsgevoel. Nood aan weidse einders groeide. Aan stilte. Aan rust. Het mag hier wel een rustige buurt zijn, toch is het op, helemaal op.
En zo verkopen we ons huis, met héél veel hulp van Janna en Florian. Aan twee lieve mensen, met 2 kleine kindjes (het kleinste werd geboren in het weekend dat we de bezoekdag hadden voor de verkoop van ons huis). Ze worden instant verliefd op dit huis, op de authentieke elementen die bewaard bleven. De oude deuren, de mooie vloeren, de ornamenten. Het warme gevoel dat dit huis uitstraalt. Ze gaan goed zorg dragen voor dit huis. We voelen er ons goed bij.
En Lies, die zei: ah goed, dan gaan er weer kindjes opgroeien in dit huis.
Mooi toch.

PS: als we verhuisd zijn, hoeven we dit nooit meer te doen (<== klik voor filmpje!). Of hoeft Meneertje Mertens dit nooit meer te doen. Vooral tot het einde kijken. En we zijn weggeraakt hoor.


Zeg het eens?