Bijna 27 jaar geleden werd ik voor het eerst mama, van Janna. Er kwam nog een broer Milan bij, er ging een papa weg, er kwam een Meneertje Mertens met zijn twee koters Jens en Lies bij. Vanaf 2007 woonden we hier met 6 mensen. Beetje krap, maar het lukte.
En toegegeven: het was bij momenten toch wel een behoorlijke opgave. Twee gezinnen βblendenΓ’β¬Β is niet simpel, en een gezin van 6 mensen managen is dat ook niet. Boodschappen doen en koken voor 6 mensen, waaronder na verloop van tijd wat eeuwig hongerige tieners, de was en de plas, gaan werken, noem maar op. De handen vol dus.
Vanaf 2011 of 2012 (ik weet het niet meer precies) begon het bewonersaantal van het huis hier weer te zakken. Jens besloot bij zijn mama te gaan wonen, dat was er eentje minder. Eind 2013 gingen Janna en Florian samenwonen. Janna moest nog een half jaar studeren, maar dat is allemaal vlot gegaan. Milan trok een jaar of 3 later ook het huis uit en ging in Schellebellywood samenwonen met Sara. Dus was er alleen Lies nog. Luxepositie, vonden wij, want gigantische duplex kamer voor zichzelf. Zielige positie, vond zij, want ineens moest ze helemaal alleen afruimen na het eten. Tsssss.
Het kerngezin werd kleiner, βmijnen hoopΓ’β¬Β zoals ik ze wel eens noem, werd groter. De hierbovenvermelde Florian en Sara kwamen erbij (zeer fijne schoonkinderen hebben wij), en er was natuurlijk de uitbreiding met die twee kleine, lieve dametjes Lili en Pipa.
Maar kijk. Aan alles komt een eind, Lies is afgestudeerd, en afgelopen zaterdag hebben we Lies helpen verhuizen naar Aalst, waar ze een appartementje kan overnemen van een vriendin.
Leeg nest.
Leeg nest!
Lege nest syndroom?
OK, toch niet helemaal. Ik heb hier toch wel hard naar uitgekeken, na bijna 27 jaar kinderen in huis, was ik toe aan dat lege nest. Ik geef toe: het voelt wat raar. Het voelt gewoon leeg, letterlijk leeg. Er is ergens een gat. Een gat dat tot voor een paar dagen gevuld was. En ja, je vraagt je af of alles goed gaat hè. Zekere bij dit jongste kuiken, omdat ze helemaal alleen gaat wonen in een vreemde stad, waar ze toch wel erg weinig mensen kent. De andere twee gingen samenwonen, dat is toch nog iets anders. Ze zijn met twee. Janna en Florian woonden sowieso ook kortbij, en zijn na dat eerste jaar ook niet echt ver gaan wonen, een heel bewuste keuze. Milan en Sara belandden in Schellebelle en later Wetteren, een beetje tussen beide ouders in. Jens is ondertussen, na het overlijden van zijn mama (en die van Lies, uiteraard), bij zijn grootouders ingetrokken, omdat hij zo dicht bij zijn werk en zijn vriendenkring kon blijven. Maar goed, volgens mij is ze verstandig genoeg om het goed te doen, Lies, het is een wijze meid. En ze weet dat ze bij elk van ons terecht kan als er iets is, dat hebben we duidelijk gemaakt, uitentreuren!
Maar, eigenlijk, naast dat lege gevoel en de bezorgdheid, kan hier niet echt gesproken worden van het lege nest syndroom. We keken er wel naar uit om met zoβn tweetjes te zijn!
Ik ben blij dat:
- er niet meer gerookt wordt op het terras
- ik geen potten choco/speculoospasta meer vind waar nog 1 portie in zit (en ik dus mijn boterham mag smeren en dan de pot uitkuisen)
- idem voor zakjes snoep en nog veel andere soorten eten waar het laatste beetje niet meer van opgegeten wordt, hoewel Meneertje Mertens op dat vlak ook wel enig aanporren nodig heeft
- er geen dingen meer spoorloos verdwijnen (hoop ik) zoals bestek, een schort, eten, zakdoeken, β¦
- we met onze slaapkamerdeur open kunnen slapen als het loeiwarm is
- we in bad kunnen met de badkamerdeur open
- ik mijn handdoeken naast het bad kan hangen en niet 2 meter verder waar ik ze dan vergeet als ik in bad ga
- ik minder was heb
- mijn deodorant weer exclusief van mij is
- we weer veel champignons en witloof kunnen eten
- we geen rekening moeten houden met wanneer er iemand weggaat of thuiskomt, lessenroosters, werkschemaβsβ¦
- ik niet meer wakker word van rondspokende kinders
enzovoort enzovoort.
(klink ik nu als Linde Merckpoel? Misschien. Maar ik vind dan ook niks mis met wat zij te vertellen had)
Wat ik trouwens zalig vind, is dat Janna nu sommige dingen van mij begrijpt die ze als thuiswonend jongmens raar vond, nu ze zelf kinderen heeft. En dat ze me dat vertelt ook. Zo begreep ze vroeger niet waarom ik altijd voor hen opstond. Ze doet nu hetzelfde. Rustig wakker worden, koffietje drinken, moed verzamelen. Nog zo eentje: ik had er een probleem mee dat βmijn eigen geriefΓ’β¬Β niet meer van mij was. Kinderen zitten overal aan en neuzen overal in. Alles moet je delen. Nu Lili niet liever doet dan aan Janna haar make-up zitten, begrijpt ze ook wat ik daarmee bedoelde.
En zo beginnen wij dus aan een nieuwe fase in ons leven. We willen nog een paar grote veranderingen. Zo zijn we op zoek naar een ander huis. Voor 6 mensen was het een beetje krap, maar voor 2 mensen is dit huis veel te groot. Ook al omdat het toch vooral in de hoogte gaat. Zo gaan de 2 bovenste verdiepingen nauwelijks nog gebruikt worden, en dat vinden we niet te verantwoorden. Er zijn wat dingen waar we vanaf willen, zoals met alles door je huis moeten (afval, fietsen, tuingeriefβ¦), we willen een iets grotere tuin die makkelijker bereikbaar is. En we willen de stad uit. Vroeger dacht ik dat ik hier nooit weg zou willen, maar de liefde voor het stadsleven blijkt op te zijn. We willen rust en stilte. Hopelijk vinden we dat ergens. Dus verkopen en kopen, en hopelijk ook een mobilhome aanschaffen, die we hopen te kunnen stallen ergens bij ons toekomstige huis.
Dus, vanaf nu: opruimen. Veel dingen weggooien. Ik die niets had met minimaliseren, moet er nu toch aan beginnen. En zoeken naar een huis dat ons aanstaat. Spannend!
En kijk zie, dat kind is toch levende reclame voor verhuizen en alleen gaan wonen?






Zeg het eens?