Ik fiets graag, ik fiets veel… als het mooi weer is. Ik fiets ook vaak alleen, ik doe dat graag, het is een manier om mijn hoofd leeg te maken. Nu komt het er niet echt van, met dat aanhoudende %$#@!weer. Bij gebrek aan fietskilometers, hou ik me onledig met wat fietspraat. Letterlijk. Ik heb namelijk wel wat vreemde of idiote gewoonten, als fietser, en daar ga ik het hier eens over hebben.

Zo praat ik tegen mezelf. Luidop ja. Als ik iets heel moois zie, dan zeg ik daar vaak iets over. Luidop, tegen mezelf. “Maar kijk nu eens”, of gewoon “woooooow”. Als er iets foutloopt tijdens het fietsen, geef ik ook soms luidop commentaar. “Pataaaat” als ik in een put rijd. Commentaar op de slechte wegen/fietspaden. “Ge moet naar daar, kieken”. Of mezelf aanmoedigen. “komaan, komaan, komaan”. Dat is soms behoorlijk lullig is er ongemerkt een fietser achter mij rijdt, die me voorbijsteekt terwijl ik tegen mezelf aan het praten ben. Meestal hou ik daarna een tijdje mijn mond.
Ik groet de koeien. Koeien kijken je heel vaak aan als je passeert. En dan zeg ik gedag. Goeiemorgen koetje! Hallo! Dag koe. Dat soort dingen.

Als ik fiets, zit er vaak een liedje in mijn hoofd. Iets wat ik de dag voordien gehoord heb, iets dat zo in mijn hoofd plopt, of er is een aanleiding die me aan een liedje doet denken. En dan zing ik dat liedje. In mijn hoofd. Vaak tot vervelens toe, want meestal is het maar รฉรฉn of twee zinnetjes, en is het dus altijd hetzelfde op repeat. Soms zing ik ook luidop. Niet in bewoonde gebieden, maar in de velden of op kleine boerenwegels.
Ik heb al vaak gedacht dat ik dat eens ga bijhouden in mijn Strava, welk liedje het liedje van de dag was. Perhaps van Cake was het liedje van mijn laatste ritje.

Ik tel mijn kilometers. Altijd. Ik heb een fietscomputertje waarop ik kan zien hoeveel kilometer ik al gereden heb. Meestal tel ik in de zin van: ik heb al รฉรฉn tiende van mijn rit gefietst. Eรฉn vijfde. Een kwart. De helft. Ik zit over de helft. Dan ga ik minder rekenen, eerder nadenken over hoeveel kilometers ik nog moet. En vergelijk ik met gekende afstanden. Zo is 8 kilometer de afstand naar Janna en terug. Vroeger in Gent dus, van ons huis in de Scheldestraat naar de Fotoschuur. 4 kilometer enkel, 8 kilometer heen en terug.
Het is niet dat ik niet graag fiets (ik zou dan wel echt zot zijn), maar ik doe dat gewoon altijd. Ik kan het niet laten. Ik kijk ook heel vaak op dat computertje. Soms probeer ik mezelf te dwingen dat niet te doen. “Je fietst tot daar zonder op je computertje” te kijken. Maar of dat dan altijd lukt…
Doe jij ook rare dingen als je fietst? Ik ben benieuwd!


Zeg het eens?