Zo, de Boekentoren zit in de finale. Ik had er eigenlijk niet aan getwijfeld dat dat zou gebeuren. Met een beetje pijn in het hart toch, want Campo Santo is zo mooi. Maar ja, als er gekozen moet worden, hè… en de Boekentoren verdient het dubbel en dik.
Het sneeuwt! Natte sneeuw dan wel. Het kan dus toch nog. Dat het nu maar rap weer stopt. (kweetet, wat sneeuw betreft is het klein kind in mij ver te zoeken, maar dat heb je als de helft van de familie nog een eind moet autorijden)
Zaterdag op de winterbarbeque had ik het koud. Zondag in de sportzaal had ik het koud. Vandaag op het werk heb ik het koud. Is het nu gewoon koud, of ligt het aan mij?
Eigenlijk is het poëtisch, toch? Pealing, it tries to fill the cold night airAnd off the white smoke swimsShe stretches a hand toward the toothy sleeperto matter, for the flushed boys are muscularPartly stone, partly the absence of stone,They tear apart the mist, it is as though,to restaurants for Early Bird Specials.Pallid waste where no…
Wekker, episode zoveel. Vanmorgen had ik om half zeven Nic bijna wakker gemaakt: opstaan, opstaan, we hebben ons overslapen! Het is al bijna half zeven! Tot het tot me doordrong dat het zaterdag is, we niet moeten opstaan, de kinderen er niet zijn. Ik heb me lekker omgedraaid en verdergeslapen.
Ik zie mijn ventje graag! En mijn ventje ziet mij graag! En ’t is plezant van dat te beseffen, en te beseffen dat je het goed hebt samen. Dat mag wel eens gezegd worden, toch?