Dag 21 – donderdag 20 juli

Homeward bound, part 2. We hebben allebei slecht geslapen. Koffie, ontbijt (voor mij), verslag typen want ik zat wat achter (voor mij), opruimen (Meneertje Mertens, ja, ’t is nen braven) en we vertrekken rond 8u30. We rijden richting Reims, als we een 50-tal km vóór Reims zijn gaan we de bestemming in de GPS veranderen naar Gent, thuis. Zoals op mijn eerste kaartje te zien was, tikken we even onze route van de eerste week aan, en we passeren in Troyes. We herkennen één en ander van de invalsweg van ons vertrek vanuit Troyes. Dan gaan we nog tanken, en tot onze verbazing doen we dat gewoon náást de camping waar we twee weken geleden stonden. Leuk, die herkenning. We rijden verder, en eigenlijk valt er over de dag rijden weinig te vertellen. We zitten soms met open mond te kijken naar de prachtige landschappen die zich voor ons ontvouwen. Weidse graanvelden, bossen, grasland, heuvels als een lappendeken. We proberen wat foto’s te maken vanuit de wagen, maar dat lukt niet goed, het moois is niet te vatten in een beeld.

Het contrast met de dorpen is vaak groot. De melancholie en tristesse en armoe walmt van de verwaarloosde gevels af. De dorpen moeten niet onderdoen voor Gent of Brussel in aantal leegstaande en verkrotte huizen. Wat jammer soms, hier staan ook echt prachtige, grote huizen te verkommeren. We lijken soms weer jaren terug te keren. Verbleekte jaren 50 advertenties op de muren van huizen, telefoonkotjes, oude Renaultjes en Peugeotjes. Nog even vertellen, zo tussendoor, hoe het ons de afgelopen weken opviel dat er vaak gekampeerd wordt met oude, retro-caravannetjes van een zakdoek groot, heerlijk om zien. We zijn van alles voorzien en hoeven dus niet te stoppen voor boodschappen, water, benzine enzovoort, en we vorderen goed. Rond 13u30 zoeken we een camperplaats op en stoppen we in Rozoy-sur-Serre om naar een spannende berg-tour-rit te kijken. Goed gedaan Warren Barguil! Na een  namiddag op het gemakje besluiten we nog wat verder te rijden naar Noord-Frankrijk. Onderweg rijden we over een weg waaraan gewerkt wordt, de bovenlaag asfalt is eraf en er ligt veel steenslag. We rijden rond de 60km/u, aan de max toegelaten snelheid knetteren de steentjes te hard rond onze oren. Steekt er ons ineens een idioot voorbij aan 90km/u, de steentjes vliegen keihard in het rond… we houden er een barst in het raam aan over. Heel leuk. We wilden naar Condé sur l’Escaut rijden, dat is nog 75 km en dat blijkt uiteindelijk te ver te zijn, ik ben kapot en wil stoppen. Voor het eerst is ons geluk op bij het zoeken naar een camping/camperplaats. We stoppen bij een camping die we gewoon zien op een verkeersbord (camping Le Lac Vauban, Le Quesnoy), maar daar geraken we niet binnen. De receptie is gesloten, en we keren onze kar. We rijden door naar een camperplaats op een Aire Municipale in Le Cateau Cambresis, maar die staat vol (naar ons oordeel toch ook met mensen die misbruik maken van dit soort plaatsen, kampeergedrag is niet toegestaan, maar ze kamperen er wel en lijken er al een tijd te staan, op de vorige camperplaats stond zelfs een caravan). Uiteindelijk rijden we naar een camperplaats op een parking in Catillon sur Sambre, daar is plaats zat want er is niks van voorzieningen, enkel staanplaats en een vuilbak (maar er is wat verwarring, 100 meter verderop is inderdaad ook een plaats met voorzieningen, zien we de dag nadien).

Maar we zijn moe en zijn daar helemaal tevreden mee. We eten, en kruipen snel in bed, zalig.

Dag 22 – vrijdag 21 juli

We blijven “lang” liggen. We hebben goed geslapen, ondanks mijn gedacht dat deze plaats toch een beetje te dunnetjes bevolkt was en we ons niet tussen de andere campers gezet hebben. Maar kijk, we hebben de nacht weer veilig doorstaan. Veel opruimen moeten we niet doen. We maken nog een wandelingetje naar het dorp, om eventueel brood te kopen.

Het blijft bij “eventueel”, er is geen bakkerij in het dorp. We wandelen nog even naar het kanaal de la Sambre à l’oise, en maken foto’s. Deze illustreren mijn stellingen van gisteren over de leegstaande en verkrotte huizen en de retro-caravannetjes.

Zo’n “luifeltjes” boven de voordeur zie je hier veel, ik vind dat mooi.

Daarna vertrekken we op het gemakje. We moeten nog een 150-tal kilometer. We stoppen bij een bakkerij artisanale en ik laat me nog één keer gaan aan croissants en ander lekkers. We rijden langs Condé sur l’Escaut, waar we vorig jaar al wandelden. Wat is het daar mooi.

We eten er een hapje, en rijden weer door. We willen langs de N60 naar huis, maar door ons ommetje stuurt de GPS ons langs een andere weg. We zijn snel de grens over, en zien na een tijdje dat we richting Brussel rijden. Geen zin in! We keren op onze stappen terug, en gaan op zoek naar de N60, die we ook gemakkelijk terugvinden. En zo rijden we via Ronse en Oudenaarde naar huis. Ik dacht in Oudenaarde nog de car te washen, maar dat valt een beetje tegen. Dan maar recht naar huis. We vinden gemakkelijk parkeerplaats (Gent is léég tijdens de Gentse Feesten, op zijn minst toch buiten de stadskern zelf), en maken de mobilhome leeg. Janna en Flor komen even langs zodat we ons klein mopje eens heerlijk kunnen knuffelen. Beetje moeilijk om foto’s te maken van zo’n actieve wervelwind!

Wat mij betreft is Lili de enige die ik gemist heb tijdens deze drie weken: ik heb mijn eigen bed niet gemist, ik heb Vlaanderen niet gemist, ik heb België niet gemist. Het was een op en top heerlijke en zalige vakantie, en we hebben genoten en de batterijen opgeladen voor wat binnenkort komen moet. Na het knuffelen van het mopje kuist Meneertje Mertens de mobilhome toch al een beetje, we kijken naar de koers, nemen een bad, gaan iets eten en gaan op zoek naar een car wash om de buitenkant van de mobilhome proper te krijgen. We vinden er een op de Nieuwevaart, kunnen er net onder, en gebruiken onze laatste munten om de mobilhome af te spuiten. Daarna rijden we naar de camperplaats in Machelen. We vinden die zonder problemen, ons geluk lijkt nog niet op. De camperplaats staat overvol: ons geluk lijkt dan toch op. We zoeken iets anders en komen uit bij een camperplaats in Sint-Eloois-Vijve. Daar is gelukkig nog plaats. Is ons geluk toch nog niet op, oef. We installeren ons, gaan nog een wandelingetje maken naar de plaatselijke jachthaven. Veel vergane glorie en verwaarloosde infrastructuur, maar dat levert mooie foto’s op.

 

Daarna kruipen we een beetje weemoedig voor de allerlaatste keer in ons mobiele nest.

Dag 23 – zaterdag 22 juli

De wekker staat om 6u, om 6u30 klautert Meneertje Mertens uit bed om koffie te maken. Ik heb erg slecht geslapen, er is zeer veel lawaaierig verkeer op de brug vlakbij. Tegen dat het tijd is om op te staan, slaap ik als een roos en is de goesting om op te staan ver te zoeken. We maken ons klaar, en vooral Meneertje Mertens doet de laatste loodjes van het poetswerk. Rond 9u vertrekken we naar Heestert, gaan nog tanken, zien onderweg de ene car wash na de andere (ik hou er eentje bij in Google Keep en de automatische spellingscorrectie verandert “Vroman” naar “bromsnorren”, hu-uh?), en komen een beetje voor 10 in Heestert aan. “Juffrouw Sabine” (dat zal ze voor mij wel altijd blijven) staat ons precies al op te wachten. We maken melding van de kleine problemen die we hadden (sluiting van raampje losgekomen en de eerder vermelde barst in het raam) maar daar wordt weinig van gemaakt, en ze zijn content dat we de camper zo mooi gepoetst hebben. We laten hem met pijn in het hart achter, en Herman brengt ons en onze laatste spullen naar huis. Daar zwieren we alles op een hoop, nemen we ons voor heel rustig en op het gemak op te ruimen, we eten nog een Franse maaltijd met Frans brood, Franse kaas en Franse salami met noten, en… kijken naar de koers.

We hebben nog veel opruimwerk voor de boeg!

Zoals hierboven gezegd, het was een héérlijk verlof. We hebben al enorm veel plezier gehad aan het plannen en in elkaar steken van een route, bedenken wat we wilden doen. Anticipation is half of the fun, you know. Een eerste week de Tour volgen, daarna 3 dagen op een gereserveerde camping, weer wat meer rijden, opnieuw 3 dagen op een camping, en dan huiswaarts. Een planning die niet te strak was, waardoor we nog impulsief dingen konden veranderen, maar met wel een aantal rustpunten op vooraf geboekte campings, die echt wel lucky shots waren. En zo zat onze reis best wel evenwichtig in elkaar. We toerden in 3 weken 4000 kilometer bij elkaar met een fantastisch rijdende camper. Met dank aan de Tour de France, het zonnetje, Nikis en Sabine van DD Mobilhomes voor de zalige mobilhome, Peter Decroubele voor de praktische assistentie, de fijne compagnie van Riet en Wim waar we echt van genoten hebben, de campings des Lacs en de Bouthézard, de occasionele foto of filmpje van Lili zodat we haar niet téveel misten, en ons eigen goed humeur. We hebben al zin in de volgende vakantie!

Verwante Berichten:

Misschien lees je dit ook graag:

2 reacties

    1. Echt wel, heel zeker 🙂 En ik ben blij dat we nog eens kunnen komen grasduinen in de verslagen en foto’s als we heimwee hebben 🙂

Zeg het eens?