Skip navigation

Category Archives: Sport

  • het was een goede manier om af te kicken van de Tour.
  • er zouden meer vrouwensporten moeten zijn waarin rokjes gedragen worden. vrouwenbasketbal met die lompe broeken. komaan.
  • voetbal is saai, dat is weer eens bevestigd.
  • turnen is de max om naar de kijken.
  • als er Russen meedoen (bij uitbreiding: Oekraïeners, Azerbeidzjanezen, Oezbeken, Astana’s…), supporter ik altijd voor de anderen.
  • de halve basketfinale Spanje – Rusland was de max.
  • de finale Spanje – USA eigenlijk ook. die Spanjolen kunnen er best wel wat van.
  • trampolinespringen is spectaculair.
  • gewichtheffen ziet er ongezond uit. en vies.
  • bij uitbreiding: idem voor boksen.
  • de Belgen. ach, de Belgen. in Rio zullen we veel medailles hebben.
  • Gijs Van Houcke is een held. en het BOIC een bende hypocrieten. ze zouden beter wat meer zorg dragen voor hun mensen.
  • volleybal is ook saai.
  • de olympische wegrit zit fout in elkaar. maak die wat korter jongens. 250km, komaan.
  • ik heb het best wel voor Wiggo.
  • sommige onderdelen van het pisterennen zijn compleet onbegrijpelijk, maar leuk om te zien.
  • Kenny Deketele mogen ze voor mijn part inlijven als vaste co-commentator, trouwens.
  • leuk ook om sommige co-commentatoren met kennis van zaken bezig te horen terwijl de sportjournalist die erbij zit, er niks van kent (heeft niks te maken met vorig punt, wel met het ritmisch turnen)
  • ik vind Stefaan Lammens een onnozelaar. vind ik al lang, eigenlijk.
  • Kim Gevaert ziet er veel zwangerder uit dan ze is, trouwens.
  • Jacques Rogge is oud geworden.
  • bij het waterpolo dragen ze onnozele mutskes. zeker als je ze aan de kant ziet zitten, die mannen met hun mutskes. geen zicht.
  • ik vond het eigenlijk best wel plezant.
  • we hebben nog niet naar de openingsceremonie gekeken. laat staan naar de slotceremonie.
  • ik ga de Google doodles missen.

… veel. Veel gerief om technologisch verbonden te blijven, en veel eten ook. Waarvan we de helft weer mee naar huis namen.

Anyways.

De Tour startte dit jaar in België, dus vond ik dat we maar eens moesten gaan. Ah ja. Het plan om naar de proloog in Liège te gaan werd afgevoerd wegens dat het er te druk zou zijn. Maandag 2 juli was er een rit die aankwam in Doornik, ideaal. Niet te ver.

We vertrokken vroeg, zochten ons een mooi plaatsje, en wachtten. Zagen de publiciteitscaravaan aan een gezwind tempo voorbijtrekken, een dik uur later de vluchters, krap 5 minuten later het peloton en wat nakomertjes, een rist auto’s, en dat was het. We pakten ons boeltje in en reden weer naar huis.

En, zot genoeg, het was echt wel een leuke dag! Lijkt op wachten en dan roef in the blink of an eye die koereurs zien passeren, maar het was veel leuker dan dat. Mensjes kijken, autootjes kijken, zonnetje zitten, koekje eten, beetje haken, beetje telefoon prutsen, beetje zeveren… plezant.

Fotoverslagje alhier.

Wat ik vandaag deed? De ontbijttafel versieren met paashaasjes en paaseitjes. Wat bankzaken regelen. Lekker eenvoudige kost maken deze middag, geen uitgebreid paasmaal. Het heeft gesmaakt.

Maar vooral, naar de koers gekeken. En jongens toch, wat was dat weer eens meeslepend. Wat een mooi nummer. Wat een mooie winnaar. Hij mag na zijn exploot van vandaag naast Monsieur Paris-Roubaix gaan staan. Vanaf nu zijn ze met twee, deux Messieurs Paris-Roubaix.

Ik heb altijd al een boontje gehad voor Tom Boonen. Ik ben geen zware fan, ik heb het gewoon voor hem. Zoals ik nog wel favoriete renners heb, mensen die ik graag bezig zie. (ik heb er een aantal die ik niet kan uitstaan ook, in diverse gradaties, maar daar zal ik maar over zwijgen). Ik krijg het soms een beetje op de zenuwen, hoe wij Belgen (of moet dat zijn: wij Vlamingen?) onze helden zo graag afvallen als ze het eens wat minder doen. Alle vorige prestaties zijn vergeten, afkraken is de boodschap. Ik vind dat jammer. En ik ben blij dat Boonen nu kan bewijzen dat hij nog steeds een held is. En ik hoop dat Roger De Vlaeminck (die ik ook heel goed kan verdragen, trouwens, een man met een radde tong en het hart op de juiste plaats) zich kan verzoenen met het feit dat er iemand naast hem komt staan. Het zal wel, zeker?

In ieder geval, het was een ouderwets spannende koers, en ik heb genoten. En meneertje Mertens met mij.

Gisteren was het Ronde van Vlaanderen. Ik keek daar al weken naar uit. Zoals ik in de periode ervoor ook altijd weken uitkijk naar De Omloop, de start van het Belgische wielerseizoen.

Er wordt nogal gemopperd, over die Ronde en zo. Veel te veel aandacht. Veel te veel dingen die moeten wijken. Hype. Maar kijk, de koers en ik, wij zijn dikke vriendjes. Dat is al een aantal jaren zo, en ik mag dat, want ik kreeg dat met de paplepel mee.

Mijn grootvader was een wielerfreak. Reed zelf met zijn fiets naar alle kermiskoersen in de omliggende dorpen. Kwam (en mijn grootmoeder mopperde dan ook) bezweet thuis, want traag fietsen, dat kon hij niet. Soms reed hij een paar rondjes mee met zijn favoriete koereur, om hem aan te moedigen. Hij was toen de 65 jaar al gepasseerd. Als ik eraan terugdenk, moet ik nog steeds grinniken.

Hele namiddagen spendeerde hij voor de TV, kijken naar de Tour de France. Daarna in zijn rieten zeteltje aan de straat, aan de overkant in de schaduw, wachten tot de speciale Tour-editie van de krant rondgebracht werd.

De ironie? Toen de Tour eindelijk door het dorp van mijn grootouders passeerde, was hij zo oud en zo slecht te been, dat hij niet kon gaan kijken. Ook al passeerden de renners aan het eind van de straat. Hij keek op TV.

Mijn vader, dat was ook een wielerfreak. Maar dan van het actieve soort (hoewel mijn grootvader ook actief was), hij fietste zelf. Kermiskoersen. Af en toe ging ik mee, ik herinner me de garages die opengesteld werden voor de renners, en de geur van de zalf die ze gebruikten om hun benen in te smeren. En het geluid van voorbijzoevende fietsers. Een keer heeft hij gewonnen, in het dorp van mijn grootouders nota bene. Vallen deed hij ook af en toe, soms ook zwaar, de keer met de 3 gaten in zijn hoofd was nogal notoir.

Na de kermiskoersen bleef hij fietsen, in de winter thuis op de rollen, in de garage of de gang (dat geluid), in de zomer als wielertoerist met een groepje vrienden. Ik herinner me de rijst die hij at, en de rauwe biefstuk, ‘s ochtends als ontbijt.

Op zijn fiets is hij ook overleden, tijdens een fietstocht met die vrienden. Zodat ik gisteren kon zeggen tegen mijn wederhelft, toen de ronde door een dorp nabij Oudenaarde passeerde: daar is mijn vader overleden, op zijn fiets.

Een van die vrienden die erbij was toen hij stierf, was later een leerkracht die ik tegenkwam in het hoger onderwijs. Die me, in aanwezigheid van een volledige (nieuwe, mij quasi onbekende) klas vertelde hoe hij erbij was toen mijn vader overleed. Wat ze nog allemaal geprobeerd hadden om hem te redden. Heel bizarre ervaring was dat.

De koers heeft me een tijd niet veel gezegd, maar stilletjesaan begon de microbe toch te bijten. En nu volg ik de koers. De grote wedstrijden. De renners. Het internet is een zegen op dat vlak. Facebook en Twitter.

En ik vind dat de mensen mogen weurtelen over hypes en teveel aandacht en wat al meer. Mij kan het niet schelen. Ik hou van de koers, het zit in me ingebakken. Ik mag dat dus, en hoef me nergens voor te verontschuldigen.

Voor alles moet een eerste keer zijn. Ik woon hier nu zo ongeveer 15 jaar, en vanavond hoorde ik voor het eerst de Buffalo’s tot hier roepen en zingen. En ja, effe gecheckt, de Buffalo’s staan 1-0 voor op Kalmar. Raar. Het Ottenstadion is hier nu toch ook niet zó dichtbij.

We hebben deze namiddag gezellig in bed gekeken naar de openingsceremonie van de Olympische Spelen. En het moet gezegd, het was bijwijlen behóórlijk indrukwekkend. Al die mensen, duizenden soms, helemaal synchroon. Fantastisch vond ik dat, veel fantastischer dan high-tech of vliegende varkens of andere show-idioterie. Indrukwekkend.

En dit eingelijk ook omdat ik op 8 augustus 2008 om 8u08 een berichtje op mijn blog wil posten.

Het zomert nauwelijks buiten (al was vandaag redelijk te doen, behalve vanmorgen dan, grijs-grijs-nat-grijs-grijs), maar in mijn hoofd zomert het wel. Zomersfeer, overal. Op weg naar het werk, zo stil, zo rustig (ik hoop dat het volgende week mooi weer is, niets zaliger dan naar het werk fietsen zo ‘s morgens vroeg tijdens de Gentse Feesten). Op het werk, daar hangt een zomers sfeertje. Thuis, daar zomert het alle dagen, met de Tour in huis. Ik geniet van een spannende Tour de France, met de twee zalig kwekkende commentators op de achtergrond. En ‘s avonds, dan geniet ik van Tour 2008 (of de dag nadien, als het opgenomen is). Met een al even zalig kwekkende Karl Vannieuwkerke, met altijd goedgekozen gasten, heerlijke stukjes over de steden waar uitgezonden wordt, een mooie mix van actualiteit en geschiedenis. En een altijd even mooie eindgeneriek met een zalig muziekje en beelden.Oh en dan zou ik nog Lieven Van Gils vergeten en zijn bijgelegde ruzie met Ricco!

Genieten, met de grote G.

‘t Is hier weer maar stillekes de laatste tijd. Tot mijn eigen grote frustratie. Ik heb een geraamte van een boekenbericht klaarstaan, maar ik heb de fut niet om eraan te beginnen. Moet trouwens ook nog wat mails en zo beantwoorden. Maar dat komt er niet van.

Niet dat het is omdat ik me niet lekker voel. Allez, gedeeltelijk toch. Een heerlijke week vakantie gehad. De maandag erna dacht ik nog, het is lang geleden dat ik hoofdpijn gehad heb. Guess what, dinsdag is het begonnen. Migraine. Behoorlijk onder controle te houden, maar toch elke dag opstaan en/of gaan slapen met hoofdpijn. Tot vandaag in ieder geval. Het is onder controle te houden maar… ik was zo heerlijk uitgerust na onze vakantie, en 2 dagen later was dat al om zeep, door de combinatie migraine/slecht slapen. Grmph.

Maar, tegelijk blijf ik genieten van dat vakantiegevoel. Ondanks het feit dat ik weer moet gaan werken. Op het werk hangt een vakantiesfeertje, op de baan is het rustig (zowel met de fiets als met de bus), hier thuis is het zalig rustig… en daar geniet ik met volle teugen van.

Woensdag/donderdag waren Janna en Milan even thuis, en hebben we hen heerlijk in de watten gelegd. Lekker gegeten, wezen shoppen, gezellig. Gisteren zijn we Jens en Lies gaan droppen bij de grootouders, en die zijn nu onderweg naar hopelijk zonniger oorden.

En vandaag heb ik zalig in bed naar Tour 2008 van gisteren gekeken (heel mooi programma, vind ik, Karl Vannieuwkerke doet dat heel goed, de gasten zijn vaak onderhoudend, de reportages zijn kort maar interessant; het programma spreekt ook de Tour-leken aan en geeft hen een beter beeld van het hele circus), en daarna naar de rit van vandaag. Hoewel ik daar hoop en al een half uurtje van gezien heb, verder heb ik geslapen. Dat was ook de bedoeling: vanavond wil ik wakker blijven tijdens Dalziel en Pascoe!

Ik kijk weer. Ondanks alles. Ik blijf de wielersport graag zien. Ondanks alles. Ik las vandaag een interview met Michel Wuyts in de krant, waarin ik me heel erg kan vinden. Ach ja… velen begrijpen zo al niet wat ik eraan vind, en met alle dopingaffaires lijk ik wel helemaal idioot. Maar het blijft aantrekken, het blijft een deel van mezelf. Dus kijk ik weer…

… wat doe je nu?

Ik ben ontgoocheld. Een held is van zijn voetstuk gevallen. Zijn vorige misstappen wilde ik nog wel goedpraten, maar cocaïne gebruiken, na zijn ‘folieke’ van 180 te rijden waar je 90 mag… bah bah bah. Dure auto’s, Monaco, cocaïne… of hoe eenvoudige jongens door teveel roem toch naast hun schoenen gaan lopen, wat ze zelf ook mogen zeggen.

Jammer, maar de wielerjongens zijn met z’n allen heel hard hun best aan het doen om me van mijn voorliefde voor de wielersport af te helpen.

Switch to our mobile site